ECLI:NL:GHSHE:2008:BC2772
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Waarde van recht van gebruik en bewoning bij beëindiging in zicht bij boedelverdeling na echtscheiding
Partijen zijn gewezen echtgenoten die in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd. De procedure betreft de financiële afwikkeling van het huwelijk, waarbij in hoger beroep slechts de waardering van het recht van levenslang gebruik en bewoning van de moeder van de vrouw op de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] aan de orde is.
De rechtbank had de waarde van de woning vastgesteld op €298.000 en het recht van gebruik en bewoning op nihil gewaardeerd, wat de vrouw betwistte. De man stelde dat de woning eerder voor circa €375.000 te koop werd aangeboden en de moeder verhuisde kort na de peildatum naar een verzorgingshuis.
Het hof oordeelde dat de waarde van het recht van gebruik en bewoning slechts gering is, ongeveer 2% van de waarde van de woning, oftewel circa €6.000, omdat het recht nog maar kort zou duren. De waardering van bijna 24% door de taxateur werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing en onverenigbaarheid met de feitelijke situatie.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover geen rekening was gehouden met deze waarde, stelde de waarde vast op €6.000 en bepaalde dat de man wegens overbedeling €3.000 meer aan de vrouw verschuldigd is. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd zodat elk zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: De waarde van het recht van gebruik en bewoning wordt vastgesteld op €6.000, waardoor de man €3.000 meer aan de vrouw verschuldigd is wegens overbedeling.