ECLI:NL:GHSHE:2008:BC4967
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep kort geding
- Aarts
- Walsteijn
- Van Voorst van Beest
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over loonbetaling bij ziekte en arbeidsongeschiktheid van metselaar
Deze zaak betreft een geschil tussen een metselaar en zijn werkgever over de datum waarop de werknemer arbeidsongeschikt werd wegens ziekte en de daaruit voortvloeiende loonbetalingsverplichting. De werkgever stelde dat de eerste ziektedag met terugwerkende kracht op 1 november 2004 lag, terwijl de werknemer betoogde dat dit pas 7 november 2005 was, de datum van zijn eerste ziekmelding.
Het hof heeft uitgebreid getuigenverklaringen en deskundigenrapporten bestudeerd, waaronder verklaringen van de Arbo-arts, verzekeringsartsen en getuigen uit de werkpraktijk. Uit deze verklaringen blijkt dat de werknemer in de periode van november 2004 tot november 2005 nog zijn bedongen werkzaamheden verrichtte, waaronder schoonmetselwerk en werken op hoogte, ondanks beperkingen. De eerdere terugwerkende ziektedatum werd door de verzekeringsarts herzien.
Het hof concludeert dat de werknemer pas vanaf 7 november 2005 arbeidsongeschikt is in de zin van artikel 7:629 BW Pro. Op grond van de CAO dient de werkgever vanaf die datum gedurende het eerste ziektejaar 100% en gedurende het tweede ziektejaar 70% van het loon te betalen. De werkgever had vanaf 1 januari 2006 slechts 70% betaald, wat onrechtmatig is. Het hof veroordeelt de werkgever tot betaling van het achterstallige loon en emolumenten over de periode 1 januari 2006 tot 1 december 2006 en tot voortzetting van de loonbetaling tot 7 november 2007. De overige vorderingen worden afgewezen.
Daarnaast veroordeelt het hof de werkgever in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van loon en emolumenten vanaf 7 november 2005 tot 7 november 2007 met wettelijke verhoging en rente.