ECLI:NL:GHSHE:2008:BC5425
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Smeenk-van der Weijden
- Pellis
- Everaars-Katerberg
- Rechtspraak.nl
Beëindiging machtiging gesloten jeugdzorg wegens ontbreken concreet behandelperspectief
Appellant verbleef sinds april 2007 in een justitiële jeugdinrichting (JJI) vanwege ernstige gedragsproblemen, waaronder een oppositioneel-opstandige gedragsstoornis en ADHD. De rechtbank had de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot uiterlijk 27 april 2008. Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende onderbouwing bestond voor de ernst van zijn gedragsproblemen en dat alternatieven voor gesloten plaatsing niet voldoende waren onderzocht. Ook voerde hij aan dat instemming vereist was voor de voortzetting van de gesloten plaatsing onder de gewijzigde Wet op de jeugdzorg.
Het hof oordeelde dat de wijzigingswet onmiddellijke werking heeft en dat de criteria van artikel 29b lid 3 Wjz van toepassing zijn. De ernst van de gedragsproblemen werd voldoende onderbouwd door het psychodiagnostisch onderzoek, ondanks het ontbreken van een psychiatrische diagnose. Het hof stelde echter vast dat er geen concreet vooruitzicht was op behandeling binnen de JJI en dat appellant sinds opname positieve ontwikkelingen liet zien. De ouders hadden een eigen kamer beschikbaar en boden aan de benodigde structuur te bieden.
Gezien het ontbreken van een concreet behandelperspectief achtte het hof de voortzetting van de gesloten plaatsing niet langer verdedigbaar. Het hof besloot daarom de machtiging tot uithuisplaatsing per 1 maart 2008 te beëindigen, met de nadruk op noodzakelijke hulp en begeleiding voor appellant en zijn gezin bij terugkeer. De beschikking van de rechtbank werd tot 21 februari 2008 bekrachtigd en daarna vernietigd.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten uithuisplaatsing wordt per 1 maart 2008 beëindigd wegens het ontbreken van een concreet behandelperspectief.