ECLI:NL:GHSHE:2008:BC7297
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- De Groot-Van Dijken
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid rechtbank na vaststellingsovereenkomst in faillissementsprocedure commanditaire vennootschap
In deze zaak ging het om een geschil tussen de curator van een failliete commanditaire vennootschap en de commanditaire vennoten over een bedrag van €7.500,-- dat de vennoten volgens een vaststellingsovereenkomst moesten betalen. De curator vorderde betaling van dit bedrag, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
De commanditaire vennoten beriepen zich op een arbitragebeding in de oprichtingsakte van de c.v., dat alle geschillen tussen vennoten aan arbitrage zou onderwerpen. De rechtbank verklaarde zich echter onbevoegd omdat zij het arbitragebeding van toepassing achtte.
Het hof oordeelde dat het potentiële geschil tussen partijen was beëindigd door de op 6 oktober 2004 gesloten vaststellingsovereenkomst, waarin de vennoten zich tegen finale kwijting verplichtten tot betaling van €7.500,--. Deze overeenkomst viel niet onder het arbitragebeding, dat alleen ziet op geschillen voortvloeiend uit de oprichtingsakte of daarop volgende samenwerkingsafspraken.
Daarom verwierp het hof het beroep op het arbitragebeding, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de rechtbank Maastricht bevoegd om kennis te nemen van de vordering. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling. Tevens werden de commanditaire vennoten veroordeeld in de kosten van het incident en het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart de rechtbank Maastricht bevoegd en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.