ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8074
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Theuws
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van huurovereenkomst en afwijzing tussentijdse opzegging bedrijfsruimte
In deze zaak staat centraal of de huurovereenkomst van een bedrijfsruimte rechtsgeldig tussentijds is opgezegd. De huurovereenkomst, aangegaan per 1 maart 2001 voor twee jaar en voortgezet per 1 maart 2003, geldt volgens de wet tot 1 maart 2006. Appellant stelt dat er een partijafspraak is gemaakt die tussentijdse opzegging per eind 2003 mogelijk maakte, welke opzegging ook zou zijn geaccepteerd door geïntimeerde.
De kantonrechter heeft appellant een meervoudige bewijsopdracht gegeven om deze afspraak, de opzegging en de acceptatie daarvan te bewijzen. Appellant slaagde hier niet in, mede vanwege tegenstrijdige en onvoldoende onderbouwde verklaringen, waaronder onduidelijkheid over een brief van februari 2004. Het hof deelt deze beoordeling en wijst de grieven van appellant af.
Geïntimeerde vorderde betaling van huurpenningen tot 1 maart 2006, met boete en schadevergoeding wegens mindere huuropbrengsten. De kantonrechter heeft deze vorderingen, met uitzondering van buitengerechtelijke kosten, toegewezen. Het hof bekrachtigt deze vonnissen en veroordeelt appellant in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt de vonnissen waarbij appellant wordt veroordeeld tot betaling van huurpenningen en proceskosten.