ECLI:NL:GHSHE:2008:BC8901
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rothuizen-van Dijk
- H. Vermeulen
- Antens
- Rechtspraak.nl
Geen definitieve overeenkomst over grondruil en uitbreiding skicentrum Landgraaf
Louba vorderde een verklaring voor recht dat zij op 18 augustus 1998 een definitieve overeenkomst met de gemeente Landgraaf had gesloten over een grondruil in verband met de uitbreiding van haar skicentrum. Subsidiair stelde zij dat de gemeente zich onrechtmatig had teruggetrokken uit de onderhandelingen. De rechtbank had de vorderingen afgewezen omdat de overeenkomst onvoldoende was bepaald en de onderhandelingen nog niet waren afgerond.
In hoger beroep bevestigde het hof dat de stukken, waaronder het gesprekverslag van 18 augustus 1998 en correspondentie, onvoldoende zekerheid boden dat partijen definitief overeenstemming hadden bereikt. De grondruil hing samen met de plannen voor de skicentrumuitbreiding, die op dat moment nog niet vaststonden en waarover geen volledige overeenstemming bestond. Ook het slaan van piketpaaltjes en het toestaan van werkzaamheden waren onvoldoende om een definitieve overeenkomst aan te nemen.
Verder oordeelde het hof dat Louba geen recht had op schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de gemeente, mede omdat Louba haar eigendom en exploitatierechten van het skicentrum had verkocht aan SnowWorld, waardoor de gemeente niet verplicht was de onderhandelingen voort te zetten. Het hof bekrachtigde de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde Louba in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van Louba af en bekrachtigt de vonnissen van de rechtbank.