ECLI:NL:GHSHE:2008:BD0724
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-van Dijken
- Meulenbroek
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Behandeling compartimentsyndroom na beenbreuk: geen verwijt aan Academisch Ziekenhuis Maastricht
Appellant liep bij een voetbalongeval een breuk op aan zijn rechter scheen- en kuitbeen en werd behandeld in het Academisch Ziekenhuis Maastricht (AZM). Na het aanleggen van een gipsverband ontstond een compartimentsyndroom dat leidde tot blijvend letsel. Appellant stelde het AZM aansprakelijk wegens onjuist medisch handelen.
Het hof heeft de medische stukken en correspondentie bestudeerd, waaronder brieven van diverse artsen en specialisten. Uit deze stukken blijkt dat het AZM vanaf het begin bedacht was op het risico van een compartimentsyndroom en hier gericht onderzoek naar deed. De klachten die appellant stelt te hebben geuit, zoals pijn en gevoelloosheid, zijn niet of onvoldoende aangetoond in de medische dossiers.
De medische rapportages tonen aan dat een compartimentsyndroom zich kan ontwikkelen zonder dat dit tijdig wordt opgemerkt, zonder dat de behandelend arts daarvan een verwijt kan worden gemaakt. Het hof concludeert dat het AZM niet tekort is geschoten in de zorgplicht en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank dat de vorderingen van appellant worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van appellant af en bekrachtigt het vonnis dat het AZM niet aansprakelijk is voor het compartimentsyndroom.