4.3.3. De bewindvoerder heeft aangevoerd, dat [X.] en [Y.] hun informatieplicht niet dan wel onvoldoende nakomen, hoewel de informatieplicht en de wijze van nakoming daarvan zijn besproken tijdens de verhoren van respectievelijk 14 november 2005 en 30 mei 2006. Daarnaast zijn [X.] en [Y.] hierover geïnformeerd tijdens twee huisbezoeken, via folders, het aan hen verstrekte inlichtingenformulier, alsmede door brieven. Er hebben met [X.] en [Y.] zes besprekingen (met afspraak) en minimaal zes besprekingen zonder afspraak plaatsgevonden, naast talloze telefoongesprekken.
Reeds in september 2005 constateerde de bewindvoerder dat [X.] en [Y.] wel informatie verstrekten, maar niet de juiste. De bewindvoerder informeerde hen opnieuw. Verplichtingen zijn uitvoerig en vele malen uitgelegd en toegelicht. Aan [X.] en [Y.] is telkens opnieuw meegedeeld dat informatie schriftelijk en voorzien van bewijsstukken dient te worden aangeleverd.
Omdat een bewindvoerder WSNP niet in staat is om sanieten wekelijks persoonlijk te begeleiden, is [X.] en [Y.] meegedeeld dat zij voor een meer persoonlijke begeleiding hulp in de vorm van maatschappelijk werk en/of een inkomensbeheerder dienen in te schakelen.
De postblokkade is op of omstreeks 3 juni 2007 opgeheven. De bewindvoerder erkent dat de opheffing door TNT post niet altijd correct is verwerkt.
De bewindvoerder heeft geen volledig inzicht in de nieuwe schulden die [X.] en [Y.] hebben en/of telkens opnieuw laten ontstaan. Bovendien stellen [X.] en [Y.] geheel ten onrechte geen schuld te hebben aan het ontstaan van de verwijtbare boedelachterstand en de nieuwe schulden. Zij zijn uitvoerig geïnformeerd over de plicht om voor tijdige en volledige betaling van vaste lasten zorg te dragen. Indien zij hieraan niet voldoen, is dat aan hen te verwijten, zeker als daarover reeds op 14 november 2005 een verhoor plaatsvond.
[X.] en [Y.] zijn ook gewezen op het feit dat salaris aan de uitkeringsinstantie moet worden doorgegeven, opdat de uitkering daarmee kan worden gecompenseerd. Uit het boedeloverzicht blijkt dat gedurende 2007 in praktisch alle maanden bij meneer dan wel mevrouw sprake was van een volledige uitkering, alsmede een salaris. Mede door deze omstandigheid is er thans nog sprake van een boedelachterstand van € 756,93.
In strijd met de al eerder gegeven aanwijzing ten aanzien van autobezit en de kosten daarvan hebben [X.] en [Y.] toch weer een auto aangeschaft, ondanks de boedelachterstand en nieuwe schulden. Daarnaar gevraagd stelden zij dat de auto noodzakelijk was voor het werk van meneer, terwijl deze in 2007 slechts zeer beperkt werkte en gedurende 2007 onafgebroken 100% WW-uitkering had. Ter zitting van 6 december 2007 verklaarden [X.] en [Y.] wederom dat zij zich realiseerden dat de auto de financiële problemen groter maakte en onmiddellijk tot verkoop van de auto over te zullen gaan. Tot op heden is de bewindvoerder niet gebleken dat de auto daadwerkelijk is verkocht.
De heer [X.] heeft sedert ongeveer anderhalf jaar niet voldaan aan zijn sollicitatieplicht. Tot augustus 2007 heeft hij niet dan wel slechts summier gesolliciteerd en/of heeft hij de bewindvoerder daarover zeer beperkt geïnformeerd. Sedert september 2007 legt de heer [X.] op het eind van elke maand een stapel papieren over, bestaande uit op het internet gevonden, uitgeprinte vacatures. Uit niets blijkt dat hij daadwerkelijk op die vacatures heeft gesolliciteerd. Kopieën van sollicitatiebrieven en van de reacties daarop ontbreken en werden evenmin via de postblokkade ontvangen.
Omdat de advocaat van [X.] en [Y.] per abuis de aanvullende grieven niet naar de bewindvoerder heeft gestuurd, heeft de bewindvoerder slechts via poststukken bij de postblokkade begrepen dat mevrouw [Y.] sedert enige tijd geen ziektewetuitkering meer ontvangt, hetgeen betekent dat ook op mevrouw [Y.] een volledige sollicitatieplicht rust. Van sollicitaties door mevrouw is echter evenmin gebleken.