ECLI:NL:GHSHE:2008:BD1662
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Meulenbroek
- Keizer
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Geen toerekenbare tekortkoming bij niet-oprichting gezamenlijke exportmaatschappij
D'n Bolderwage en De Vesting sloten samen met een derde partij een intentieverklaring om hun samenwerking voort te zetten via een op te richten besloten vennootschap, Exportmij. Deze vennootschap is echter nooit opgericht. D'n Bolderwage vorderde nakoming en schadevergoeding wegens toerekenbare tekortkoming van De Vesting.
De rechtbank wees de vorderingen af, waarna D'n Bolderwage hoger beroep instelde. Het hof overwoog dat de intentieverklaring een inspanningsverplichting bevatte, maar geen harde verplichting tot oprichting van Exportmij. Het enkele feit dat Exportmij niet werd opgericht, betekent niet automatisch dat De Vesting tekort is geschoten.
Verder oordeelde het hof dat D'n Bolderwage onvoldoende concrete feiten had gesteld om een toerekenbare tekortkoming aan te tonen. Ook het bewijsaanbod werd als niet ter zake dienend gepasseerd. De grieven van D'n Bolderwage werden verworpen en het hof bekrachtigde de eerdere vonnissen, waarbij D'n Bolderwage werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van D'n Bolderwage af en veroordeelt haar in de proceskosten van het hoger beroep.