ECLI:NL:GHSHE:2008:BD3944
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- van Etten
- den Hartog Jager
- van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Voortzetting onderhuurovereenkomst na beëindiging begeleiding onvoldoende voor beëindiging huurovereenkomst
In deze civiele zaak stond centraal of de verhuurder, een stichting toegelaten krachtens de Woningwet, de huurovereenkomst met de onderhuurder mocht beëindigen nadat de begeleidingsovereenkomst was beëindigd. De hoofdhuurovereenkomst was door de tussenpartij Rimo Parkstad opgezegd, waarna de verhuurder van rechtswege in de onderhuurovereenkomst trad. De onderhuurder woonde met haar minderjarige zoon in de woning en had een begeleidingsovereenkomst met Rimo Parkstad.
De verhuurder vorderde op grond van artikel 7:269 lid 2 BW Pro dat de huurovereenkomst zou eindigen omdat zij niet kon worden gevergd de huur voort te zetten zonder de noodzakelijke begeleiding, die was beëindigd vanwege tekortkomingen van de huurder. De kantonrechter wees de vordering af en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat het enkele feit dat de begeleiding was beëindigd onvoldoende is om de huurovereenkomst te beëindigen, mede omdat de huurovereenkomst en begeleidingsovereenkomst niet onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn.
Het hof overwoog dat de verhuurder onvoldoende concrete redenen had gesteld waarom zij niet kon worden gevergd de huurovereenkomst voort te zetten, en dat het woonbelang van de huurder zwaarwegend is. Ook werd geoordeeld dat de verhuurder geen belang had bij het beroep op niet-ontvankelijkheid vanwege het beschermingsbewind van de huurder, aangezien de huurder zelf rechtsbijstand had en haar belangen kon behartigen.
De grieven van de verhuurder faalden, waaronder het betoog dat beëindiging van de begeleiding automatisch tot beëindiging van de huurovereenkomst leidt. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de verhuurder in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wordt afgewezen; de huurovereenkomst blijft van kracht ondanks beëindiging van de begeleidingsovereenkomst.