ECLI:NL:GHSHE:2008:BD7518
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Bod
- Waaijers
- Zweers-Van Vollenhoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verzekeringsuitkering aan langstlevende na overlijden en verdeling verkoopopbrengst woning
In deze civiele zaak staat de verdeling van een levensverzekeringsuitkering en de verkoopopbrengst van een woning centraal na het overlijden van [persoon 1]. [persoon 1] en [geïntimeerde] hadden een samenlevingsrelatie en kochten samen een woning, deels gefinancierd met een hypothecaire lening en een levensverzekering waarbij de bank als pandhouder was aangewezen. Na beëindiging van de samenwoning en het overlijden van [persoon 1] ontstond discussie over de toewijzing van de verzekeringsuitkering en de verdeling van de verkoopopbrengst.
[Appellant], erfgenaam van [persoon 1], stelde dat de verzekeringsuitkering aan hem toekwam en dat [geïntimeerde] onterecht de uitkering ontving. Hij voerde onder meer dwaling aan en stelde dat de relatie beëindigd was bij overlijden, waardoor de begunstiging niet meer zou gelden. Het hof oordeelde dat de verzekeringspolis en de schriftelijke opdracht aan de bank duidelijk bepaalden dat de uitkering aan [geïntimeerde] toekomt, ongeacht het beëindigen van de affectieve relatie. Het beroep op dwaling en onvoorziene omstandigheden faalde omdat niet voldaan was aan de wettelijke vereisten.
Verder stelde het hof vast dat [geïntimeerde] door betaling van de hypotheekschuld via de verzekeringsuitkering subrogatie heeft verkregen jegens [appellant] voor de helft van het bedrag. De rechtbank had de vorderingen van [appellant] in reconventie afgewezen, hetgeen het hof bekrachtigde. Het arrest bepaalt tevens dat het vonnis dezelfde kracht heeft als een schriftelijke toestemming aan de notaris om het depotbedrag uit te keren aan [geïntimeerde].
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de erfgenamen af, waarbij de verzekeringsuitkering aan de langstlevende toekomt.