ECLI:NL:GHSHE:2008:BD7677
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Pellis
- Smeenk-van der Weijden
- Schaafsma-Beversluis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan belang
De zaak betreft het hoger beroep van een echtpaar tegen de beslissing van de rechtbank Breda om het verzoek van de curator tot tussentijdse beëindiging van hun schuldsaneringsregeling af te wijzen. De curator stelde dat het echtpaar als feitelijk bestuurders van een failliete vennootschap bedragen had onttrokken, waardoor zij niet te goeder trouw zouden zijn geweest. De rechtbank oordeelde echter dat zolang niet vaststaat of het verwijt terecht is, geen reden bestaat om de regeling tussentijds te beëindigen.
In hoger beroep trokken de appellanten drie formele verweren in, maar handhaafden een vierde verweer met betrekking tot de toepassing van overgangsrecht in de Faillissementswet. Het hof overwoog dat het echtpaar geen in rechte te respecteren belang heeft bij het hoger beroep omdat zij dezelfde beslissing wensen als de rechtbank. Tevens oordeelde het hof dat de rechter zowel onder het oude als het nieuwe faillissementsrecht de vrijheid heeft om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen indien blijkt dat de schuldenaar niet te goeder trouw is geweest.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de man en vrouw niet-ontvankelijk, waardoor aan een inhoudelijke beoordeling niet werd toegekomen. Dit arrest bevestigt de ruime beoordelingsvrijheid van de rechter bij tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregelingen en benadrukt het belang van een voldoende belang bij het instellen van hoger beroep.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan voldoende belang.