ECLI:NL:GHSHE:2008:BD8648

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HV 103.009.310
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Smeenk-van der Weijden
  • Everaars-Katerberg
  • Schaafsma-Beversluis
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 RvArt. 278 lid 1 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van hoger beroep wegens ontbreken gronden in beroepschrift

In deze civiele zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de kantonrechter waarin het bewind over zijn goederen met onmiddellijke ingang werd opgeheven. Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht van 18 juni 2007, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

Appellant heeft bij beroepschrift verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en alsnog onderbewindstelling te verkrijgen. Echter voldoet het beroepschrift niet aan de eisen van artikel 359 jo Pro 278 lid 1 Rv, omdat het geen omschrijving bevat van de gronden waarop het beroep rust. Het hof oordeelt dat het verzoek om het beroepschrift als pro forma te kwalificeren onvoldoende is om de niet-ontvankelijkheid te doorbreken.

Daarom verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van 18 juni 2007. Het vonnis is uitgesproken door mrs. Smeenk-van der Weijden, Everaars-Katerberg en Schaafsma-Beversluis op 22 juli 2008 in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het ontbreken van een omschrijving van de gronden in het beroepschrift.

Uitspraak

DvdH
22 juli 2008
Sector civiel recht
Zaaknummer: HV 103.009.310/01
Zaaknummer eerste aanleg: 258138
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Beschikking
in de zaak in hoger beroep van:
[X.],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [X.],
procureur: mr. E.G.M. van Ewijk,
t e g e n
de Officier van Justitie te Maastricht, vertegenwoordigd door mr. M. Hendriks,
gevestigd te Maastricht,
geïntimeerde.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht van 18 juni 2007, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 14 september 2007, heeft [X.] op nader aan te voeren gronden verzocht de bestreden beschikking te vernietigen.
2.2. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- het proces-verbaal van de behandeling in eerste aanleg van 18 juni 2007;
- de brieven met bijlagen d.dis 16 mei 2008 en 12 juni 2008 van de procureur van [X.].
3. De beoordeling
3.1. Bij beschikking, waarvan beroep, heeft de kantonrechter met onmiddellijke ingang het bewind over de goederen van [X.] opgeheven.
3.2. [X.] heeft bij beroepschrift verzocht de bestreden beschikking, naar het hof begrijpt, te vernietigen en alsnog bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, hem te ontvangen met betrekking tot de door hem verzochte onderbewindstelling. Het beroepschrift voldoet niet aan de eisen van artikel 359 jo Pro 278 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv), omdat het niet een omschrijving bevat van de gronden waarop het beroep rust. Hieraan kan niet afdoen het door [X.] in zijn beroepschrift gedane verzoek ‘deze schriftuur als een pro forma hoger beroepschrift te kwalificeren teneinde het recht op hoger beroep van appellant veilig te stellen’. Nu overigens niet is gebleken van feiten en omstandigheden die ertoe zouden nopen een uitzondering op deze regel te maken, dient [X.] in zijn verzoek in hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard te worden.
4. De beslissing
Het hof:
verklaart [X.] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht van 18 juni 2007.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Smeenk-van der Weijden, Everaars-Katerberg en Schaafsma-Beversluis en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 22 juli 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.