ECLI:NL:GHSHE:2008:BD9895
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Brandenburg
- Meulenbroek
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verworpen nalatenschap in vrijwaringsprocedure na verkeersongeval
In deze civiele procedure staat centraal de vraag of appellant de nalatenschap van zijn overleden zoon heeft aanvaard, waardoor hij aansprakelijk zou zijn voor schulden uit die nalatenschap. De zaak betreft een verkeersongeval met een onverzekerde auto, waarbij het Waarborgfonds Motorverkeer schade heeft betaald en verhaal zocht op geïntimeerde, die vervolgens de erven van de bestuurder in vrijwaring heeft opgeroepen.
In eerste aanleg werd appellant geacht de nalatenschap te hebben aanvaard omdat hij niet was verschenen, en werd hij aansprakelijk gesteld. In hoger beroep betwist appellant dit en voert aan dat hij de nalatenschap op correcte wijze heeft verworpen. Geïntimeerde betoogt dat appellant niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het niet voldoen aan artikel 335 lid 2 Rv Pro, maar het hof oordeelt dat dit beroep onvoldoende is onderbouwd.
Het hof stelt vast dat appellant de nalatenschap heeft verworpen en dat geïntimeerde geen andere grondslag voor haar vordering heeft aangevoerd. Hierdoor strandt de vordering tegen appellant. Ook wijst het hof het verzoek van geïntimeerde af om appellant in de proceskosten te veroordelen, aangezien appellant in hoger beroep in het gelijk wordt gesteld. Het vonnis van eerste aanleg wordt vernietigd voor zover het appellant betreft, en de vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De vordering van geïntimeerde tegen appellant wordt afgewezen omdat appellant de nalatenschap heeft verworpen.