ECLI:NL:GHSHE:2008:BE0032
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-Van Dijken Meulenbroek
- Hofkes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inning dwangsom ondanks vermeende toezegging wethouder
In deze zaak gaat het om een geschil tussen appellant, die zonder geldige bouwvergunning werkzaamheden uitvoerde aan zijn woning, en de gemeente die een last onder dwangsom oplegde wegens overtreding van het bouwverbod.
Appellant voerde aan dat hij op grond van toezeggingen van een wethouder mocht doorbouwen en dat daardoor de inning van de verbeurde dwangsom achterwege moest blijven. De gemeente betwistte dit en stelde dat alleen het college van burgemeester en wethouders bevoegd is om af te zien van inning.
De rechtbank had reeds geoordeeld dat het dwangsombesluit formele rechtskracht heeft en dat de dwangsom is verbeurd. Het hof bevestigt dit oordeel en overweegt dat uitlatingen van een wethouder niet kunnen worden toegerekend aan het bevoegde college. Er is geen bijzondere omstandigheid die inning in de weg staat.
Appellant erkent dat hij tot en met 23 september 2003 heeft doorgewerkt, en het hof stelt vast dat ook na die datum werkzaamheden zijn verricht. Het bewijsaanbod van appellant wordt als niet relevant gepasseerd. Het hof verwerpt de grieven en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, veroordeelt appellant in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van de verbeurde dwangsom en proceskosten.