ECLI:NL:GHSHE:2008:BF0448
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Riemens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omvang recht van noodweg en gebruik met auto's bij ingesloten percelen
In deze civiele zaak staat het recht van noodweg centraal dat aan geïntimeerden toekomt over een pad gelegen op het perceel van appellant. Geïntimeerden vorderden dat appellant het gebruik van dit pad met auto's zou toestaan, nadat appellant een paal en container had geplaatst die het autoverkeer blokkeerden. De voorzieningenrechter had de vordering toegewezen, stellende dat het gebruik met auto's deel uitmaakt van het recht van noodweg.
Het hof overweegt dat de omvang van het recht van noodweg moet worden bepaald aan de hand van de partijbedoeling uit de notariële akte van 1972 en het feitelijke gebruik. Het hof stelt vast dat de akte niet duidelijk voorschrijft dat autogebruik is toegestaan en dat het gebruik met auto's niet zonder nadere bewijsvoering kan worden aangenomen. Ook acht het hof de stellingen van geïntimeerden over langdurig autogebruik onvoldoende onderbouwd.
Verder overweegt het hof dat het niet vanzelfsprekend is dat woningen bereikbaar zijn met auto's tot op eigen perceel en dat parkeren op eigen terrein niet altijd vereist is voor een behoorlijke exploitatie. De door geïntimeerden aangevoerde bezwaren tegen parkeren langs de openbare weg en waardevermindering zijn onvoldoende relevant. Daarom oordeelt het hof dat appellant niet verplicht is het gebruik van de noodweg met auto's toe te staan.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis en wijst de vordering af. Geïntimeerden worden veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het arrest is gewezen door de rolraadsheer en uitgesproken op 26 augustus 2008.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en vernietigt het vonnis van de voorzieningenrechter.