ECLI:NL:GHSHE:2008:BF4171

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
9 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
K08/0145
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • P.A.M. Hendriks
  • G.A.M. Stevens
  • C. de Bruijne
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 SvArt. 12c SvArt. 12l Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beklagprocedure wegens reeds gepleegde vervolging mishandeling

Op 10 december 2007 deed klager aangifte van mishandeling tegen beklaagde. Beklaagde werd op 13 maart 2008 door de politierechter vrijgesproken, waarna het openbaar ministerie geen hoger beroep instelde. Klager diende vervolgens een klaagschrift in bij het hof met het verzoek tot vervolging.

Het hof oordeelt dat de beklagprocedure ex artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering alleen openstaat indien sprake is van een strafbaar feit dat niet (verder) wordt vervolgd. In deze zaak heeft echter al vervolging plaatsgevonden, waardoor de beklagprocedure niet van toepassing is.

Het hof verwijst naar de wetsgeschiedenis en artikel 12l Sv, waarin beklag niet is toegestaan bij buiten vervolging stellen. De situatie van klager vertoont gelijkenis hiermee, zodat het beklag niet ontvankelijk is.

Daarom wijst het hof het beklag af en ziet af van het horen van klager in raadkamer. De beslissing is genomen door mr. P.A.M. Hendriks, mr. G.A.M. Stevens en mr. C. de Bruijne.

Uitkomst: Het hof verklaart het beklag niet-ontvankelijk en wijst het af omdat reeds vervolging heeft plaatsgevonden.

Uitspraak

K08/0145
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Beschikking van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 9 september 2008 inzake het beklag ex artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering van:
[klager],
wonende te Roosendaal,
hierna te noemen: klager,
te dezer zake domicilie kiezende ten kantore van mr. R.A.A. Maat, advocaat te Middelburg (Zl),
over de beslissing van de officier van justitie te Breda tot het niet vervolgen van:
[beklaagde],
wonende te Oud Gastel,
hierna te noemen: beklaagde,
wegens mishandeling.
De feitelijke gang van zaken.
Op 10 december 2007 heeft klager aangifte gedaan van mishandeling, beweerdelijk jegens hem gepleegd door beklaagde.
Op 13 maart 2008 is beklaagde reeds voor de politierechter in Breda verschenen en heeft vervolging derhalve plaatsgevonden, waarbij beklaagde voor het onderhavige feit is vrijgesproken.
Hierop heeft klager bij schrijven van 4 april 2008 een klaagschrift ingediend bij het hof, ingekomen ter griffie van het hof op 7 april 2008, met het verzoek de vervolging te bevelen.
De advocaat-generaal heeft in het schriftelijk verslag van 10 juni 2008 het hof geraden het beklag kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren.
De beoordeling.
Naar aanleiding van de aangifte van klager van 10 december 2007 is beklaagde vervolgd wegens mishandeling. Deze vervolging heeft geresulteerd in een vonnis van de politierechter van 13 maart 2008, op welke datum beklaagde – ten aanzien van deze mishandeling – door de politierechter is vrijgesproken. Tegen dit vonnis is door het openbaar ministerie geen hoger beroep ingesteld.
Zoals het hof het klaagschrift van klager begrijpt, ziet dit op de beslissing van de officier van justitie om tegen de vrijspraak door de politierechter geen hoger beroep in te stellen. Doel van het klaagschrift is kennelijk om via de procedure van artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering voortzetting van de vervolging door het openbaar ministerie te laten bevelen.
De beklagprocedure ex artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering vereist onder meer dat er sprake is van een strafbaar feit dat niet (verder) vervolgd wordt. Ten aanzien van beklaagde heeft evenwel vervolging plaatsgevonden, al heeft deze vervolging niet geleid tot de door klager gewenste veroordeling wegens mishandeling van klager. Het hof neemt daarbij in overweging dat, gelet op het bepaalde in de artikelen 12 en volgende van het Wetboek van Strafvordering, het niet de bedoeling van de wetgever is geweest om gevallen waarbij de vervolging wel heeft plaatsgevonden, maar niet is gevolgd door het instellen van hoger beroep, onder de werkingssfeer van genoemde artikelen te brengen. In die mogelijkheid is immers in de genoemde wetsartikelen niet voorzien. Bovendien vertoont de onderhavige situatie gelijkenis met het bepaalde in artikel 12l van het Wetboek van Strafvordering, waarin bepaald is dat beklag niet toegestaan is wanneer de verdachte buiten vervolging is gesteld.
Naar het oordeel van het hof is dan ook geen sprake van een situatie van niet (verdere) vervolging in de zin van artikel 12 Wetboek Pro van Strafvordering, zodat klager niet in zijn beklag kan worden ontvangen.
Het beklag zal dan ook worden afgewezen.
Gelet op het vorenstaande kan overeenkomstig het bepaalde bij artikel 12c van het Wetboek van Strafvordering worden afgezien van het horen van klager in raadkamer.
De beslissing.
Het hof verklaart klager kennelijk niet-ontvankelijk in zijn beklag en wijst op die grond het beklag af.
Aldus gegeven door
mr. P.A.M. Hendriks, als voorzitter,
mr. G.A.M. Stevens en mr. C. de Bruijne, als raadsheer,
in tegenwoordigheid van mw. K.J.J. Jochems, als griffier.
op 9 september 2008.
Mr. C. de Bruijne is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.