ECLI:NL:GHSHE:2008:BG3584
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Riemens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het voortbestaan van conservatoir beslag na gedeeltelijke toewijzing vordering
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of het conservatoir beslag, gelegd door appellante op onroerende zaken van geïntimeerden sub 2 en 3, moest worden opgeheven nadat de rechtbank Breda haar vorderingen gedeeltelijk had toegewezen en gedeeltelijk afgewezen.
Appellante had conservatoir beslag gelegd ter zekerheid van haar vorderingen en stelde dat het beslag voor het afgewezen deel van de vordering bleef bestaan zolang het hoger beroep tegen die afwijzing aanhangig was. Geïntimeerden sub 2 en 3 vorderden incidenteel opheffing van het beslag, stellende dat het beslag was overgegaan in executoriaal beslag en daarmee geëindigd.
Het hof overwoog dat het conservatoir beslag slechts voor het toegewezen deel was overgegaan in executoriaal beslag en dat het beslag voor het afgewezen deel bleef rusten zolang het hoger beroep liep, conform artikel 704 lid 1 en Pro lid 2 Rv. Omdat geïntimeerden geen dringend belang hadden bij opheffing en het beslag nog zijn doel diende, verklaarde het hof hen niet ontvankelijk in hun vordering tot opheffing en veroordeelde hen in de proceskosten van het incident.
De hoofdzaak werd aangehouden voor verdere behandeling. Het arrest werd gewezen door het hof 's-Hertogenbosch op 30 september 2008.
Uitkomst: De incidentele vordering tot opheffing van het conservatoir beslag wordt niet-ontvankelijk verklaard en geïntimeerden worden veroordeeld in de proceskosten.