ECLI:NL:GHSHE:2008:BG3733
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Gründemann
- Kranenburg
- Pouw
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming verplichtingen en belemmering uitvoering
Appellanten, een echtpaar, zijn in eerste aanleg geconfronteerd met de tussentijdse beëindiging van hun schuldsaneringsregeling op grond van artikel 350 lid 3 sub c en Pro e van de Faillissementswet. De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende vertrouwen bestond dat zij hun verplichtingen zouden nakomen, mede door het ontstaan van een boedelachterstand en onvoldoende inzet bij het zoeken naar werk.
In hoger beroep betwisten appellanten de feiten, onder meer over de vermeende spaarrekening, hun ziekte tijdens het re-integratieproject en hun sollicitatie-inspanningen. De bewindvoerder stelt echter dat zij onvoldoende gemotiveerd waren, niet adequaat solliciteerden en een boedelachterstand niet hebben ingelopen. Tevens is vastgesteld dat zij gedurende zes weken op vakantie zijn geweest, wat leidde tot een korting op hun uitkering.
Het hof concludeert dat appellanten hun verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren zijn nagekomen en door hun nalaten de uitvoering van de regeling hebben belemmerd. De tussentijdse beëindiging van de regeling is daarom terecht en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd met aanpassing van de gronden.
Uitkomst: De tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wordt bekrachtigd wegens niet-nakoming van verplichtingen en belemmering van de uitvoering.