ECLI:NL:GHSHE:2008:BG4896
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van den Bergh
- Van Buitenen
- Theuws
- Rechtspraak.nl
Toestemming verhuurder voor indeplaatsstelling en contractsoverneming bij faillissement huurder
In deze civiele zaak staat centraal of verhuurder [Y.] c.s. toerekenbaar tekort is geschoten door niet over te gaan tot indeplaatsstelling van [X.] als huurder van een horecaruimte, nadat de oude huurder failliet was verklaard. [X.] had vooraf toestemming bij voorbaat gekregen van verhuurder voor indeplaatsstelling en contractsoverneming, maar na het faillissement van de oorspronkelijke huurder werd de bedrijfsruimte verhuurd aan een andere partij.
De feiten betreffen een huurovereenkomst uit 2003, exploitatie van een Italiaans restaurant, het faillissement van een van de huurders, en de verkoop van activa door de curator aan een derde. [X.] stelde dat tussen hem en verhuurder een verplichting bestond om hem in de plaats te stellen als huurder, ongeacht overeenstemming met de curator over de activa. Verhuurder betwistte dit en stelde dat de verplichting afhankelijk was van overeenstemming met de curator.
Het hof oordeelt dat er geen voltooide contractsoverneming was conform art. 6:159 BW Pro, omdat niet alle huurders hun positie schriftelijk aan [X.] hadden overgedragen. Wel was er een verklaring van verhuurder die toestemming bij voorbaat inhield. Het hof staat [X.] toe bewijs te leveren dat verhuurder zich in april 2005 heeft verbonden om na het faillissement een nieuwe huurovereenkomst met hem aan te gaan, ongeacht de curator. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Van den Bergh, Van Buitenen en Theuws en uitgesproken op 28 oktober 2008.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe over de verbintenis van verhuurder tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst met de eiser na faillissement, en houdt verdere beslissing aan.