ECLI:NL:GHSHE:2008:BG5015
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Van den Bergh
- Kleijngeld
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid Nederlandse rechter bij vordering tot betaling huurpenningen door Verenigde Staten
In deze civiele procedure staat centraal of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van een vordering tot (door)betaling van huurpenningen door de Verenigde Staten van Amerika (VS) na tussentijdse beëindiging van huurovereenkomsten. VS beriep zich op immuniteit van jurisdictie en stelde dat de Nederlandse rechter niet bevoegd zou zijn om over de nakoming van de huurovereenkomsten te oordelen, maar slechts over een schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.
Het hof overweegt dat de primaire vordering van de eisers, [X.] c.s., ziet op de betaling van huurpenningen en niet op de blijvende nakoming van alle verplichtingen uit de huurovereenkomsten. Het hof volgt daarmee de kantonrechter die zich bevoegd verklaarde om over deze vordering te oordelen. Het beroep op immuniteit van jurisdictie faalt omdat het gaat om een geldvordering en niet om een veroordeling tot nakoming van de huurovereenkomsten.
Daarnaast is het geschil over de relatieve bevoegdheid van de kantonrechter te Maastricht met betrekking tot woningen in [plaatsnaam A.] komen te vervallen omdat partijen dit geschil in der minne hebben opgelost. Het hof verklaart VS niet-ontvankelijk voor zover het hoger beroep dit betreft.
Het hof bekrachtigt het tussenvonnis van de kantonrechter, verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en veroordeelt VS in de proceskosten van het hoger beroep. Tevens wordt bepaald dat tussentijds cassatieberoep mogelijk is tegen het arrest voor zover het de rechtsmacht van de Nederlandse rechter betreft.
Uitkomst: De Nederlandse rechter is bevoegd om te oordelen over de vordering tot betaling van huurpenningen door VS; het beroep op immuniteit faalt.