ECLI:NL:GHSHE:2008:BG7836
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Spoor
- Slootweg
- Van Griensven
- Rechtspraak.nl
Beëindiging activiteiten CVZL en beoordeling kennelijk onredelijk ontslag
In deze zaak stond de beëindiging van de activiteiten van CVZL centraal, een vennootschap die volwasseneducatie verzorgde en waarvan de subsidie per 1 januari 2006 werd stopgezet. Hierdoor was voortzetting van de bedrijfsactiviteiten niet meer rendabel, wat leidde tot ontslag van werknemers waaronder appellant [X.].
[X.] stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en vorderde een schadevergoeding op grond van artikel 7:681 BW Pro. Hij voerde onder meer aan dat er sprake was van een overgang van onderneming naar ROC Leeuwenborgh, dat het ontslag onterecht was en dat er sprake was van wanbeleid en onjuiste subsidietoewijzing. Het hof oordeelde dat de bedrijfseconomische redenen voor het ontslag voldoende waren onderbouwd met jaarrekeningen en accountantsverklaringen en dat de activiteiten niet kostendekkend konden worden voortgezet.
Het hof verwierp de stelling dat sprake was van overgang van onderneming en oordeelde dat Leeuwenborgh geen aparte economische eenheid met eigen identiteit had overgenomen. Ook het verwijt van onjuiste subsidieverdeling werd onvoldoende onderbouwd bevonden. Het sociaal plan voorzag in een redelijke ontslagvergoeding, en het ontslag werd niet kennelijk onredelijk geacht. Het hoger beroep werd afgewezen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het ontslag van [X.] door CVZL wegens bedrijfseconomische redenen is niet kennelijk onredelijk en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.