ECLI:NL:GHSHE:2008:BG8060
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- F. van Es
- H. Eijsenga
- M.J.H.J. de Vries - Leemans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens termijnoverschrijding
In deze strafzaak heeft verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter te Roermond van 13 december 2007. De raadsman van verdachte voerde aan dat hij zich tijdig als raadsman had gesteld, maar geen kennisgeving had ontvangen van datum en tijdstip van de terechtzitting in eerste aanleg, wat volgens hem een schending van artikel 51 Sv Pro opleverde en vernietiging van het vonnis rechtvaardigde.
Het hof overwoog dat de dagvaarding op 7 november 2007 aan verdachte persoonlijk was betekend, waarin de zittingsdatum 13 december 2007 werd vermeld. Volgens artikel 408 lid 1 sub a Sv Pro moet hoger beroep binnen veertien dagen na de einduitspraak van de eerste rechter worden ingesteld. Het hoger beroep werd echter pas op 22 februari 2008 ingediend, ruim na het verstrijken van deze termijn.
Daarom kon het hof verdachte niet ontvankelijk verklaren in het hoger beroep. De door de raadsman aangevoerde schending van artikel 51 Sv Pro deed hieraan niet af. Het hof besloot dan ook het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren en handhaafde het vonnis van de kantonrechter.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens overschrijding van de wettelijke termijn.