ECLI:NL:GHSHE:2008:BG9896
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- C.R.L.R.M. Ficq
- N.J.M. Ruyters
- P.R. Feith
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending vertrouwensbeginsel bij vervolging schoolverzuim
In deze zaak stond een minderjarige verdachte terecht voor overtreding van artikel 2, derde lid, van de Leerplichtwet 1969 wegens schoolverzuim in de periode van 5 september 2006 tot en met 29 maart 2007. De verdachte had in totaal 23 dagen verzuimd, voornamelijk wegens ziekte en specialistbezoeken, en daarnaast 54 lesuren met verschillende gradaties van te laat komen en afwezigheid zonder bericht.
Het openbaar ministerie had de minderjarige vervolgd ondanks de Richtlijn strafvordering strafrechtelijke aanpak schoolverzuim (2005) die voorschrijft dat bij beginnend of signaalverzuim de minderjarige niet direct strafrechtelijk vervolgd dient te worden, maar in beginsel de ouders/verzorgers. Het hof constateerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een afwijking van deze richtlijn rechtvaardigden.
De verdediging had primair vrijspraak bepleit en een lagere straf geëist. Het hof overwoog dat het openbaar ministerie de richtlijn niet correct had toegepast, waardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de minderjarige.
Het arrest is gewezen door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 31 december 2008, waarbij het hoger beroep van de verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Breda werd behandeld. De bijzondere voorwaarden van toezicht en proeftijd die in eerste aanleg waren opgelegd, werden door het hof niet overgenomen vanwege de niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens schending van het vertrouwensbeginsel.