ECLI:NL:GHSHE:2008:BG9896

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
31 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-000056-08
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.R.L.R.M. Ficq
  • N.J.M. Ruyters
  • P.R. Feith
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Leerplichtwet 1969Art. 77f Wetboek van StrafrechtArt. 74 Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens schending vertrouwensbeginsel bij vervolging schoolverzuim

In deze zaak stond een minderjarige verdachte terecht voor overtreding van artikel 2, derde lid, van de Leerplichtwet 1969 wegens schoolverzuim in de periode van 5 september 2006 tot en met 29 maart 2007. De verdachte had in totaal 23 dagen verzuimd, voornamelijk wegens ziekte en specialistbezoeken, en daarnaast 54 lesuren met verschillende gradaties van te laat komen en afwezigheid zonder bericht.

Het openbaar ministerie had de minderjarige vervolgd ondanks de Richtlijn strafvordering strafrechtelijke aanpak schoolverzuim (2005) die voorschrijft dat bij beginnend of signaalverzuim de minderjarige niet direct strafrechtelijk vervolgd dient te worden, maar in beginsel de ouders/verzorgers. Het hof constateerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een afwijking van deze richtlijn rechtvaardigden.

De verdediging had primair vrijspraak bepleit en een lagere straf geëist. Het hof overwoog dat het openbaar ministerie de richtlijn niet correct had toegepast, waardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden. Daarom verklaarde het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de minderjarige.

Het arrest is gewezen door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 31 december 2008, waarbij het hoger beroep van de verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Breda werd behandeld. De bijzondere voorwaarden van toezicht en proeftijd die in eerste aanleg waren opgelegd, werden door het hof niet overgenomen vanwege de niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging wegens schending van het vertrouwensbeginsel.

Uitspraak

Parketnummer: 20-000056-08
Uitspraak : 31 december 2008
TEGENSPRAAK
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Breda, Sector Kanton, van 20 december 2007 in de strafzaak met parketnummer 02-401248-07 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1991],
wonende te [woonplaats], [adres],
waarbij verdachte ter zake van overtreding van het bepaalde bij artikel 2, derde lid, van de Leerplichtwet 1969 werd veroordeeld tot een werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen jeugddetentie, waarvan 50 uren werkstraf, subsidiair 25 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met als bijzondere voorwaarde toezicht door de jeugdreclassering en met een proeftijd van twee jaren.
Hoger beroep
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte door mr. R. Herregodts, advocaat te Breda, naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechter in eerste aanleg zal vernietigen en te dien aanzien opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 50 uren subsidiair 25 dagen jeugddetentie, met als bijzondere voorwaarde toezicht door de jeugdreclassering en met een proeftijd van twee jaren.
De verdediging heeft:
• primair vrijspraak bepleit;
• met betrekking tot de op te leggen straf naar voren gebracht dat verdachte tot een minder zware straf veroordeeld dient te worden dan door het openbaar ministerie is gevorderd.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
Met betrekking tot de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie overweegt het hof ambtshalve het volgende.
A. De gevolgde procedure
Ten aanzien van verdachte is door de leerplichtambtenaar op 2 mei 2007 een proces-verbaal relatief schoolverzuim opgemaakt. Hierin is vastgesteld dat verdachte in de periode van 5 september 2006 tot en met 29 maart 2007 regelmatig en om uiteenlopende redenen lessen heeft verzuimd.
Aan verdachte is op 17 juli 2007 de dagvaarding in persoon uitgereikt om op 16 augustus 2006 te verschijnen ter zitting van de kantonrechter ter zake van de verdenking van overtreding van de Leerplichtwet 1969, artikel 2, lid 3 in de hiervoor genoemde periode.
Na de uitreiking van de dagvaarding, op 23 juli 2007, heeft de Raad voor de Kinderbescherming rapport uitgebracht, waaruit blijkt dat er vanwege de vakantieperiode nog geen overleg heeft kunnen plaatsvinden met de school van verdachte en ook niet met de leerplichtambtenaar.
Het openbaar ministerie heeft ter zitting van de kantonrechter van 20 december 2007 een deels voorwaardelijke werkstraf gevorderd met als bijzondere voorwaarde toezicht van de jeugdreclassering gedurende de proeftijd van 2 jaar. De kantonrechter heeft verdachte conform de eis van het openbaar ministerie veroordeeld.
B. Omvang en aard schoolverzuim
Verdachte heeft, zo blijkt uit het hof uit het dossier, in totaal 23 dagen verzuimd wegens ziekte of bezoek aan een specialist, alsmede 2 hele dagen wegens kort verlof en 2 hele dagen wegens afwezigheid met bericht. Daarnaast heeft verdachte in de genoemde periode in totaal 54 lesuren verzuimd, waarbij 40 uren zijn geregistreerd als “la” (te laat, tot 25 minuten), 12 uren als “xla” (extra laat, tussen 20 en 45 minuten) en 2 uren als “azb” (afwezig zonder bericht).
C. Richtlijn en Aanwijzing
Op het moment van uitreiking van de dagvaarding golden in deze zaak voor het openbaar ministerie:
• “Richtlijn voor strafvordering strafrechtelijke aanpak schoolverzuim” (2005R014, Staatscourant 2005, nr. 253), (hierna te noemen: de Richtlijn);
• “Aanwijzing strafrechtelijke aanpak schoolverzuim” (2005A025), (hierna te noemen: de Aanwijzing).
Uit deze Richtlijn en Aanwijzing in hun onderlinge samenhang bezien, volgt dat het onderhavige verzuim - indien en in zoverre de totale afwezigheid gedurende 27 dagen en/of 54 lesuren al zou dienen te worden beschouwd als ongeoorloofd verzuim - valt onder de categorie ‘signaalverzuim’, dan wel ‘beginnend verzuim’.
Uit de Richtlijn volgt, voor zover hier van belang, dat bij een minderjarige ouder dan twaalf jaar als strafvorderings- en transactiebeleid dient te gelden bij:
A. Beginnend verzuim: t.a.v. minderjarige/leerplichtige >12 jaar: Halt-afdoening
B. Signaalverzuim, eerste proces-verbaal, (de richtlijn gaat uit van het dagvaarden van de ouder/verzorger en noemt de minderjarige >12 jaar niet).
De aanwijzing neemt in paragraaf 9 met betrekking tot B. Signaalverzuim als uitgangspunt dat het openbaar ministerie voor de leerplichtige die structureel verzuimt, gebruik maakt van de zogenoemde maatregel Hulp en Steun als voorwaarde ter voorkoming van strafvervolging als neergelegd in artikel 77f, eerste lid, onder a, juncto artikel 74 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het hof ziet daarin de reden waarom in de Richtlijn bij B. Signaalverzuim bij het eerste proces-verbaal, niet ook de minderjarige staat vermeld.
De onderhavige Richtlijn bindt het openbaar ministerie op grond van beginselen van behoorlijke procesorde en lenen zich naar inhoud en strekking ertoe jegens betrokkenen als rechtsregels te worden toegepast.
D. Niet-ontvankelijk
Het hof stelt vast dat het openbaar ministerie in afwijking van het bepaalde in deze Richtlijn de minderjarige verdachte heeft vervolgd voor het vermelde schoolverzuim, terwijl niet is gebleken van feiten of omstandigheden die redenen kunnen geven tot deze afwijking.
Het hof acht dit een schending van het vertrouwensbeginsel en het hof zal met afweging van alle belangen het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaren.
BESLISSING
Het hof:
Verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in zijn strafvervolging.
Aldus gewezen door
mr. C.R.L.R.M. Ficq, voorzitter,
mr. N.J.M. Ruyters en mr. P.R. Feith,
in tegenwoordigheid van mr. R.J. Gras, griffier,
en op 31 december 2008 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
mr. P.R. Feith is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.