ECLI:NL:GHSHE:2008:BH9923
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Venhuizen
- Vriezen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verzetvonnis inzake verzekeringspremies
In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen een verzetvonnis van de kantonrechter Breda, waarin het verzet van appellant tegen een verstekvonnis van 13 oktober 2004 ongegrond werd verklaard. De oorspronkelijke vordering van Univé betrof betaling van achterstallige verzekeringspremies en wettelijke rente over de periode van januari tot juli 2003.
Appellant had verstek laten gaan waarna Univé het vonnis liet betekenen. Vervolgens kwam appellant in verzet, maar dit verzet werd door de kantonrechter afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat Univé niet-ontvankelijk was in haar vordering en verzocht vernietiging van de eerdere vonnissen.
Het hof oordeelde echter dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de vordering in eerste aanleg niet hoger was dan € 1.750, waardoor op grond van artikel 332 Rv Pro hoger beroep niet openstond. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op € 883.
Deze uitspraak bevestigt de appelgrens en de toepassing van artikel 332 Rv Pro bij vorderingen onder de € 1.750, waarmee het hoger beroep niet ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld in de kosten.