ECLI:NL:GHSHE:2008:BH9923

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
25 november 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HD 103.005.613
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schaik-Veltman
  • Venhuizen
  • Vriezen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 332 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen verzetvonnis inzake verzekeringspremies

In deze civiele zaak stond het hoger beroep centraal tegen een verzetvonnis van de kantonrechter Breda, waarin het verzet van appellant tegen een verstekvonnis van 13 oktober 2004 ongegrond werd verklaard. De oorspronkelijke vordering van Univé betrof betaling van achterstallige verzekeringspremies en wettelijke rente over de periode van januari tot juli 2003.

Appellant had verstek laten gaan waarna Univé het vonnis liet betekenen. Vervolgens kwam appellant in verzet, maar dit verzet werd door de kantonrechter afgewezen. In hoger beroep stelde appellant dat Univé niet-ontvankelijk was in haar vordering en verzocht vernietiging van de eerdere vonnissen.

Het hof oordeelde echter dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de vordering in eerste aanleg niet hoger was dan € 1.750, waardoor op grond van artikel 332 Rv Pro hoger beroep niet openstond. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, begroot op € 883.

Deze uitspraak bevestigt de appelgrens en de toepassing van artikel 332 Rv Pro bij vorderingen onder de € 1.750, waarmee het hoger beroep niet ontvankelijk is verklaard.

Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

zaaknr. HD 103.005.613
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
sector civiel recht,
tweede kamer, van 25 november 2008,
gewezen in de zaak van:
[X.],
wonende te [woonplaats],
appellant bij exploot van dagvaarding van 21 september 2007,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,
tegen:
de onderlinge waarborgmaatschappij DE ONDERLINGE VERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ UNIVÉ ZORGVERZEKERAAR U.A.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde bij gemeld exploot,
advocaat: mr. E.H.H. Schelhaas,
op het hoger beroep van het door de rechtbank Breda, sector kanton, locatie Breda gewezen verzetvonnis van 27 juni 2007 tussen appellant – [X.] - als opposant en geïntimeerde - Univé - als geopposeerde, bij welk vonnis het verzet van [X.] tegen het tussen Univé en [X.] gewezen verstekvonnis van de rechtbank Breda, sector kanton, van 13 oktober 2004 ongegrond werd verklaard
1. Het geding in eerste aanleg (zaak/rolnr. 430681 CV EXPL 07-738)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en naar het onder zaaknummer 326540 CV EXPL 04-6809 tussen Univé als eiseres en [X.] als gedaagde gewezen verstekvonnis van 13 oktober 2004.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij memorie van grieven heeft [X.] drie grieven aangevoerd en, onder verwijzing naar zijn eis in de appeldagvaarding, geconcludeerd, kort gezegd, tot vernietiging van de vonnissen van 13 oktober 2004 en 27 juni 2007 en tot niet-ontvankelijkheid van Univé in haar vordering, althans afwijzing van deze vordering met veroordeling van Univé in de kosten van beide instanties.
2.2. Bij memorie van antwoord heeft Univé de grieven bestre¬den en geconcludeerd, kort gezegd, tot bevestiging van het vonnis van 27 juni 2007, met veroordeling van [X.] in de kosten van beide instanties.
2.3. Partijen hebben daarna de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.
3. De ontvankelijkheid van het hoger beroep
3.1. Bij op 1 oktober 2004 uitgebrachte dagvaarding heeft Univé gevorderd dat [X.] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van € 820,80, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 632,32 vanaf de dag der dagvaarding en de proceskosten. Deze vordering ziet volgens Univé op achterstallige verzekeringspremies en eventuele eigen bijdragen over de periode 1 januari 2003 – 1 juli 2003.
3.2. Nadat [X.] verstek had laten gaan heeft de kantonrechter bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 13 oktober 2004 het gevorderde toegewezen met veroordeling van [X.] in de proceskosten. Univé heeft dit vonnis op 20 december 2006 aan [X.] doen betekenen.
3.3. [X.] is bij exploot van dagvaarding van 16 januari 2007 in verzet gekomen van dit verstekvonnis. Hij heeft daarbij gevorderd hem tot goed opposant te verklaren, het verstekvonnis van 13 oktober 2004 te vernietigen en Univé alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, althans haar deze te ontzeggen met veroordeling van Univé in de proceskosten.
3.4. De kantonrechter heeft bij verzetvonnis van 27 juni 2007 het verzet ongegrond verklaard en [X.] veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure.
3.5. [X.] is hiervan in hoger beroep gekomen. Nu de vordering waarover de kantonrechter in eerste aanleg had te beslissen niet meer beliep dan € 1.750,--, kan [X.] op grond van het bepaalde in art. 332 Rv Pro in dit appel niet worden ontvangen. Dit betekent dat [X.] in het hoger beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Hij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
4. De uitspraak
Het hof:
verklaart [X.] niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep;
veroordeelt [X.] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten aan de zijde van Univé tot de dag van deze uitspraak worden begroot op € 251,-- aan verschotten en € 632,-- aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. Van Schaik-Veltman,
Venhuizen en Vriezen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 25 november 2008.