ECLI:NL:GHSHE:2008:BI2175
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Van Etten
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Beoordeling informatieplicht Dexia onder Wet bescherming persoonsgegevens
In deze civiele procedure stond centraal de vraag of Dexia Bank Nederland N.V. heeft voldaan aan haar verplichtingen uit hoofde van artikel 35 en Pro 46 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) ten aanzien van de verstrekking van een overzicht van persoonsgegevens aan Van [X.]. Dexia had een overzicht verstrekt, maar Van [X.] stelde dat dit niet voldeed aan de wettelijke eisen en verzocht om aanvullende dwangsommen.
Het hof oordeelde dat Dexia met haar verstrekte informatie, waaronder de akten van 14 augustus en 22 november 2007, aan haar informatieplicht had voldaan. Diverse door Van [X.] aangevoerde punten vielen buiten de reikwijdte van de Wbp of betroffen geschillen die niet binnen deze procedure konden worden beslecht. Het overzicht van 11 mei 2005 voldeed niet volledig aan de Wbp, maar Dexia had dit later gecompleteerd.
Het hof bevestigde de beschikking van de rechtbank, wees het verzoek van Van [X.] af en stelde vast dat vanaf 22 november 2007 geen dwangsommen meer konden worden verbeurd. De proceskosten werden gecompenseerd zodat partijen elk hun eigen kosten dragen. De uitspraak werd gedaan door de kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 27 februari 2008.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat Dexia heeft voldaan aan haar informatieplicht onder de Wbp en wijst het verzoek van Van [X.] tot aanvullende dwangsommen af.