ECLI:NL:GHSHE:2008:BQ2521
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van den Bergh
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitvoerbaarverklaring bij voorraad van beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze civiele zaak staat de beëindiging van een huurovereenkomst voor bedrijfsruimte centraal. De verhuurder, eigenaar van een pand met café, woonhuis en bovenwoning, had de huurovereenkomst met Inbev opgezegd. De kantonrechter bepaalde dat de huurovereenkomst zou eindigen op 29 maart 2008 en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Inbev ging hiertegen in hoger beroep en stelde dat de uitvoerbaarverklaring op een misser berustte omdat haar verweer niet kennelijk ongegrond was.
Het hof overwoog dat de wet bepaalt dat een huurovereenkomst na opzegging door de rechter onherroepelijk moet worden beëindigd, maar dat een uitvoerbaarverklaring bij voorraad alleen kan als het verweer kennelijk ongegrond is. De kantonrechter had geen specifieke motivering gegeven voor de uitvoerbaarverklaring en het hof kon niet aannemen dat het verweer van Inbev kennelijk ongegrond was. De argumenten van Inbev, waaronder dat de bedrijfsvoering niet onaanvaardbaar was en dat er geen huurachterstand was, waren niet kansloos.
Het hof besloot daarom de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen en stelde een korte termijn vast voor het indienen van de memorie van grieven door Inbev. De beslissing over de proceskosten van het incident werd aangehouden tot het eindarrest in de hoofdzaak. De zaak werd verwezen naar een rolzitting voor verdere procedurele afhandeling.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis tot beëindiging van de huurovereenkomst wordt geschorst en Inbev krijgt een korte termijn voor het indienen van de memorie van grieven.