ECLI:NL:GHSHE:2008:BQ3581
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Den Hartog Jager
- Schaafsma-Beversluis
- Pouw
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid verzoek schuldsaneringsregeling en aanhouding faillissementsvonnis
De zaak betreft twee samenhangende procedures: het verzoek van [X.] tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en het verzoek van de Ontvanger van de Belastingdienst tot faillietverklaring van [X.].
De rechtbank verklaarde het verzoek tot schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk omdat het verzoekschrift niet voldeed aan de vereisten van artikel 285 lid 1 Faillissementswet Pro, met name het ontbreken van de noodzakelijke 284/285 Fw-verklaring. Ondanks een door de rechtbank gegunde termijn om de ontbrekende stukken aan te vullen, werden deze niet tijdig aangeleverd. Het hof bevestigt deze niet-ontvankelijkheid, ook al stelde [X.] dat zijn advocaat binnen de termijn stukken had toegezonden, maar de cruciale verklaring ontbrak.
Ten aanzien van het faillissementsvonnis van de rechtbank oordeelt het hof dat dit ten onrechte is uitgesproken terwijl het hoger beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring nog niet was afgerond. Daarom wordt de beslissing over het faillissement aangehouden totdat de beschikking over de schuldsaneringsregeling onherroepelijk is geworden.
Het hof heeft tevens onderzocht of de griffie van de rechtbank haar verplichtingen had nageleefd om de gemeente te informeren over de benodigde verklaring, en concludeert dat ondanks het feit dat de brief de gemeente niet heeft bereikt, dit de niet-ontvankelijkverklaring niet in de weg staat.
De uitspraak van het hof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring en houdt de faillissementsaanvraag aan, met het verzoek aan de advocaat van [X.] om binnen negen dagen te berichten over eventuele cassatie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot schuldsaneringsregeling en houdt de faillissementsaanvraag aan.