ECLI:NL:GHSHE:2009:BH4245
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Everaars-Katerberg
- Smeenk-van der Weijden
- Raab
- Rechtspraak.nl
Vrouw niet-ontvankelijk in incidenteel beroep tegen echtscheiding na termijnoverschrijding
Partijen zijn in 1984 gehuwd en de rechtbank Breda sprak op 14 juli 2008 de echtscheiding uit. De man kwam in principaal appel tegen de vastgestelde partneralimentatie, terwijl de vrouw incidenteel appel instelde tegen de echtscheiding zelf en tevens verzocht om een hogere alimentatie.
Het hof nam kennis van de processtukken en hield op 22 januari 2009 een mondelinge behandeling waarbij de vrouw niet verscheen. De man maakte bezwaar tegen het incidenteel appel van de vrouw tegen de echtscheiding en stelde dat de vermogensrechtelijke afwikkeling losstaat van de echtscheiding.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 820 lid 4 Rv Pro een echtgenoot die alleen in hoger beroep is gekomen tegen een nevenvoorziening, de andere echtgenoot na drie maanden na de echtscheiding geen beroep meer kan instellen tegen de echtscheiding zelf. Omdat de vrouw haar incidenteel appel meer dan drie maanden na de echtscheiding had ingesteld en de man alleen principaal appel had ingesteld tegen een nevenvoorziening, verklaarde het hof de vrouw niet-ontvankelijk.
De verdere beslissing werd aangehouden tot een nader te bepalen datum. De beschikking werd op 26 februari 2009 door het hof uitgesproken.
Uitkomst: De vrouw is niet-ontvankelijk verklaard in haar incidenteel appel tegen de echtscheiding wegens overschrijding van de beroepstermijn.