ECLI:NL:GHSHE:2009:BH6942
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Pellis
- Smeenk-van der Weijden
- Feith
- Rechtspraak.nl
Toekenning eenhoofdig gezag over minderjarige aan vader na beëindiging relatie
De man heeft in hoger beroep verzocht om het eenhoofdig gezag over zijn minderjarige dochter [A.] toe te kennen, nadat de kantonrechter dit verzoek had afgewezen. De kinderen [A.] en [Z.] verblijven sinds 2005 in een pleeggezin en zijn onder toezicht gesteld van een stichting. De man heeft een affectieve relatie gehad met de moeder van de kinderen en heeft beide kinderen erkend. Hij voert aan dat hij een goede band met de kinderen onderhoudt en dat het in hun belang is dat hij het gezag krijgt.
De stichting en de Raad voor de Kinderbescherming hebben hun standpunten naar voren gebracht, waarbij de stichting een onderzoek voorbereidt naar de pedagogische vaardigheden van de man en zijn echtgenote. De omgangsregeling is beperkt vanwege het ontbreken van een eigen woning van de man, maar de stichting acht uitbreiding mogelijk wanneer dit verantwoord is.
Tijdens de zitting heeft de man zijn verzoek tot hoofdverblijf en uitbreiding omgangsregeling ingetrokken, uit respect voor het traject van de kinderen. Het hof stelt vast dat er geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van [A.] worden verwaarloosd bij toekenning van het eenhoofdig gezag aan de man. Het hof vernietigt het eerdere vonnis en kent het gezag toe per 1 mei 2009, met de mogelijkheid voor de raad om een machtiging tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing te verzoeken.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag over [A.] toe aan de man per 1 mei 2009.