ECLI:NL:GHSHE:2009:BH7958
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Waaijers
- Van der Linden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging hoofdverblijf minderjarige kinderen
Partijen hadden een affectieve relatie die in 2003 eindigde, waaruit twee kinderen zijn geboren die gezamenlijk ouderlijk gezag hebben en bij de moeder wonen. De vader verzocht de rechtbank in 2008 om het hoofdverblijf van de kinderen bij hem te plaatsen. De rechtbank wees dit verzoek af vanwege het belang van rust en stabiliteit voor de kinderen, mede gezien lopende hulpverleningstrajecten.
Beide ouders gingen in hoger beroep tegen deze beslissing. Het hof nam kennis van uitgebreide stukken en hoorde partijen en de Raad voor de Kinderbescherming. De moeder trok haar incidenteel hoger beroep in, waardoor zij niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het hof overwoog dat de problematiek bij de kinderen vooral kindeigen is en wordt versterkt door de slechte relatie tussen de ouders. Een wijziging van het hoofdverblijf zou het gewenste effect niet bereiken en kan het loyaliteitsconflict van de kinderen vergroten, vooral omdat de vader de moeder in haar moederrol diskwalificeert. De moeder is beter in staat de vader een passende rol te geven, onder meer door hem te betrekken bij vrijwillige hulpverlening.
Op grond hiervan bekrachtigde het hof de beschikking van de rechtbank die het verzoek van de vader afwees, omdat het belang van de kinderen bij stabiliteit en het voorkomen van conflicten voorop staat.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek van de vader tot wijziging van het hoofdverblijf van de kinderen.