ECLI:NL:GHSHE:2009:BH9845
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.A. van Zon
- F. van Beuge
- J.G. Sillevis Smitt
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatig binnentreden bij hennepkwekerij
Verdachte werd beschuldigd van het telen en bezitten van hennepplanten in een woning te [plaats]. De politie trad de woning binnen op basis van een machtiging die later bleek te zijn aangepast, zonder dat er voldoende redelijk vermoeden bestond dat er een overtreding van de Opiumwet werd gepleegd. Daarnaast voldeed het politieproces-verbaal niet aan de vereisten van artikel 153 Wetboek Pro van Strafvordering, omdat de opgave van redenen van wetenschap ontbrak.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege deze procedurele tekortkomingen, en subsidiair bewijsuitsluiting moest worden toegepast. Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie wel ontvankelijk was, maar dat het binnentreden onrechtmatig was en het bewijs dat daardoor verkregen was, uitgesloten moest worden.
Omdat het overige bewijs onvoldoende was om de tenlastelegging wettig en overtuigend te bewijzen, sprak het hof verdachte vrij. Het hof benadrukte het belang van het huisrecht en de strikte naleving van wettelijke vereisten voor binnentreden door opsporingsambtenaren.
De uitspraak bevestigt dat onrechtmatig verkregen bewijs kan leiden tot vrijspraak, ook als de procedurele fouten niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De zaak illustreert het belang van zorgvuldig en correct handelen door politie en justitie bij opsporingsonderzoeken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatig binnentreden zonder redelijk vermoeden.