ECLI:NL:GHSHE:2009:BH9996
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Venner-Lijten
- Slootweg
- Rechtspraak.nl
Uitleg van het begrip 'onbekwaamheid' in de CAO GGZ met betrekking tot wachtgeld
In deze civiele zaak stond de uitleg van het begrip 'onbekwaamheid' in artikel 1 lid 1 sub d van Pro hoofdstuk 15 van de CAO GGZ centraal, met betrekking tot het recht op wachtgeld. De Stichting betoogde dat 'onbekwaamheid' niet gelijkstaat aan arbeidsongeschiktheid, terwijl [X.] dit onderscheid betwistte en stelde dat de CAO GGZ dit onderscheid niet maakt.
Het hof onderzocht de materiële voorganger van de CAO GGZ, de CAO AGGZ, waarin expliciet werd vermeld dat onder 'onbekwaamheid' geen arbeidsongeschiktheid wordt verstaan. Ook werd gekeken naar de toelichting bij deze bepalingen en naar een vergelijkbare regeling in de CAO Gehandicaptenzorg 2005-2007, waar het onderscheid nog expliciet wordt gemaakt.
Het hof concludeerde dat het begrip 'onbekwaamheid' in de CAO GGZ niet arbeidsongeschiktheid omvat en dat een werknemer op grond van arbeidsongeschiktheid alleen geen recht op wachtgeld heeft. Op basis hiervan werden de vorderingen van [X.] betreffende wachtgeld afgewezen, terwijl een vordering voor niet-genoten verlofuren gedeeltelijk werd toegewezen.
Het arrest vernietigde het eerdere vonnis van de rechtbank Maastricht en deed opnieuw recht, waarbij de proceskosten deels werden gecompenseerd en [X.] werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering van [X.] op wachtgeld wordt afgewezen omdat 'onbekwaamheid' in de CAO GGZ niet gelijkstaat aan arbeidsongeschiktheid.