ECLI:NL:GHSHE:2009:BI0899

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
26 maart 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
20-004618-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 423 SvArt. 3, eerste lid, onder B, Opiumwet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep: terugwijzing zaak wegens onjuiste behandeling bij afwezigheid verdachte

De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit de Opiumwet, met een opgelegde taakstraf. Tegen dit vonnis stelde de verdachte hoger beroep in. Tijdens de behandeling van het hoger beroep bleek dat de verdachte bij de eerste aanleg niet aanwezig was omdat hem was meegedeeld dat de zaak waarschijnlijk zou worden aangehouden op zijn verzoek.

Het hof oordeelde dat de politierechter de zaak ten onrechte bij afwezigheid van de verdachte heeft behandeld, aangezien de verdachte niet op de juiste wijze was geïnformeerd over de zittingsdatum en er een gerechtvaardigde verwachting bestond dat de behandeling zou worden aangehouden. Hierdoor was het niet in overwegende mate aan de verdachte te wijten dat hij zich niet kon verweren.

Gelet op het recht van de verdachte op berechting in twee feitelijke instanties, stelde het hof deze situatie gelijk aan een onjuiste dagvaarding of kennisgeving. Het hof vernietigde daarom het vonnis van de politierechter en wees de zaak terug naar die rechtbank voor een nieuwe berechting op de bestaande dagvaarding.

De advocaat-generaal had voorgesteld dat het hof de zaak zelf kon afdoen, maar het hof volgde de verdediging en koos voor terugwijzing. Het arrest werd uitgesproken door een meervoudige kamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 26 maart 2009.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de politierechter voor nieuwe berechting.

Uitspraak

Parketnummer: 20-004618-08
Uitspraak : 26 maart 2009
TEGENSPRAAK
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Breda van 29 oktober 2008 in de strafzaak met parketnummer 02-601000-08 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [1980],
wonende te [woonplaats], [adres],
waarbij verdachte ter zake van “opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, eerste lid, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod” is veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis.
Hoger beroep
Verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens verdachte naar voren is gebracht.
De verdediging heeft bepleit dat het beroepen vonnis zal worden vernietigd en dat de zaak zal worden teruggewezen naar de politierechter in de rechtbank Breda.
De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het hof de zaak zelf kan afdoen.
De beoordeling
Namens de verdachte is bepleit dat het beroepen vonnis zal worden vernietigd en dat de zaak zal worden teruggewezen naar de politierechter in de rechtbank Breda.
Daartoe is aangevoerd dat de politierechter de zaak heeft beslist bij afwezigheid van de verdachte; zulks ten onrechte, omdat bij deze de gerechtvaardigde verwachting was gewekt dat de behandeling daarvan op zijn verzoek ter terechtzitting zou worden aangehouden.
Het hof overweegt dienaangaande als volgt.
i.
Naar luid van artikel 423, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering bevestigt het gerechtshof het vonnis, hetzij met gehele of gedeeltelijke overneming, hetzij met verbetering van de gronden, of doet, met gehele of gedeeltelijke vernietiging van het vonnis, wat de rechtbank had behoren te doen.
ii.
Op deze regel dient voor enkele gevallen waarin de rechter in eerste aanleg de hoofdzaak heeft beslist een uitzondering te worden aangenomen.
iii.
Daartoe behoort het geval dat die rechter aan een behandeling ten gronde niet had mogen toekomen omdat een van de overige personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting -waartoe naast de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie slechts de verdachte en diens raadsman worden gerekend- aldaar niet is verschenen, terwijl deze niet op de bij de wet voorgeschreven wijze op de hoogte is gebracht van de dag van de terechtzitting en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag hem tevoren bekend was.
iv.
In het voorliggende geval is bij het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep het volgende gebleken.
Op de dienende dag, 29 oktober 2008, heeft de verdachte voorafgaand aan de zitting telefonisch met de griffie van de rechtbank contact opgenomen met het verzoek om wegens privé-omstandigheden de behandeling van zijn zaak aan te houden.
Blijkens een brief van 28 januari 2009 van het hoofd van de administratie van dat gerecht is hem bij die gelegenheid te kennen gegeven, dat de zaak hoogstwaarschijnlijk zou worden aangehouden.
Het hof zal, nu de verdediging zich blijkens haar pleitnotities met deze lezing heeft verenigd, van die gang van zaken uitgaan; het trekt daaruit het gevolg, dat het niet in overwegende mate aan de verdachte te wijten is geweest dat hij zich in de eerste aanleg niet -hetgeen hij wèl wenste- heeft kunnen verweren.
v.
In aanmerking genomen het recht van de verdachte op een berechting in twee feitelijke instanties moet de onderhavige situatie naar ’s-Hofs oordeel met het hiervoor onder iii. bedoelde geval worden gelijkgesteld.
Het Hof zal daarom, nu door de verdachte niet de beslissing van de hoofdzaak door het gerechtshof is verlangd, het beroepen vonnis vernietigen en de zaak terugwijzen naar de eerste rechter teneinde op de bestaande dagvaarding te worden berecht en afgedaan.
BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis, waarvan beroep.
Wijst de zaak terug naar de politierechter in de rechtbank Breda ten einde op de bestaande dagvaarding te worden berecht en afgedaan.
Aldus gewezen door
mr. M.J.C. van Kamp, voorzitter,
mr. H.D. Bergkotte en mr. A.M.G. Smit,
in tegenwoordigheid van mr. A.R. Veldt, griffier,
en op 26 maart 2009 ter openbare terechtzitting uitgesproken.