ECLI:NL:GHSHE:2009:BI2101
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Harmsen
- J.W. de Ruijter
- M.A.M. Wagemakers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake overtreding meldingsplicht en gebruik verontreinigde grond in waterwinbeschermingsgebied
In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor het niet melden van het voornemen om bouwstof, zijnde grond die niet schone grond was, te storten op een perceel binnen een waterwinbeschermingsgebied en het gebruik van licht verontreinigde grond in een beschermingszone buiten een inrichting. Het hof oordeelde dat het niet melden van het storten van de grond berustte op een misverstand tussen de verdachte en de betrokken professionals, maar dat dit de verdachte niet ontslaat van zijn meldingsplicht.
Het onderzoek wees uit dat de verdachte als particuliere landbouwonderneming niet dezelfde kennis en alertheid kon worden toegerekend als de professionele medeverdachten. Desondanks werd geoordeeld dat verdachte naliet voorafgaand aan het storten onderzoek te doen en dat hem dit te verwijten viel. Diverse rapporten toonden aan dat de grond categorie 1-grond betrof, en latere rapporten die een gunstiger resultaat (schone grond) gaven, konden worden verklaard door menging van grondmonsters.
De verdediging voerde afwezigheid van alle schuld aan, stellende dat verdachte mocht vertrouwen op de professionals en niet bekend was met de rapporten. Het hof verwierp dit verweer omdat verdachte onvoldoende controle uitoefende en geen melding deed, terwijl de norm zich expliciet tot hem richtte. De verdachte werd vrijgesproken van opzet, maar wel veroordeeld voor de overtredingen. Het hof legde geldboetes op van respectievelijk €500 en €750.
Het arrest vernietigde het vonnis van de politierechter en deed in zoverre opnieuw recht. De beslissing was gebaseerd op een gedegen analyse van de feiten, deskundigenverklaringen en toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder het Bouwstoffenbesluit, de Wet bodembescherming en de Wet milieubeheer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot geldboetes van €500 en €750 voor het niet melden van het storten van bouwstof en het gebruik van licht verontreinigde grond.