ECLI:NL:GHSHE:2009:BI2443
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Begheyn
- Hendriks-Jansen
- Van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling nietigheid dagvaarding en bewijs van tijdigheid hoger beroep
In deze civiele zaak staat centraal of de dagvaarding in hoger beroep nietig is wegens een kennelijk onjuiste datum van uitbrengen. Appellanten [X.+Y.] stelden dat de dagvaarding tijdig op 1 september 2006 is betekend aan de advocaat van geïntimeerde [Z.], ondanks dat de dagvaarding als datum 1 juni 2006 vermeldde.
Geïntimeerde [Z.] betwistte de tijdigheid en stelde dat de dagvaarding te laat was uitgebracht, wat zou leiden tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Het hof overweegt dat de vermelding van een onjuiste datum in de dagvaarding niet leidt tot nietigheid, zolang de betekening aan de wederpartij tijdig heeft plaatsgevonden en deze niet onredelijk in haar verdediging is geschaad.
Het hof acht het voorshands bewezen dat de dagvaarding op 1 september 2006 is betekend, mede op grond van correspondentie en registraties van het deurwaarderskantoor. Geïntimeerde wordt echter toegelaten tot het leveren van tegenbewijs, inclusief het horen van getuigen onder leiding van een raadsheer-commissaris. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor verdere procedurele afhandeling en het vaststellen van getuigenverhoren.
Het arrest benadrukt het belang van bewijslevering omtrent de tijdigheid van betekening en bevestigt dat een kennelijk onjuiste datum in de dagvaarding niet automatisch nietigheid tot gevolg heeft. Het hof houdt verdere beslissing aan totdat het bewijs is geleverd en beoordeeld.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de dagvaarding niet nietig is en staat tegenbewijs toe over de tijdigheid van betekening, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.