ECLI:NL:GHSHE:2009:BI2699
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Eijsenga
- A.J.M. van Gink
- J.H.J.M. Mertens - Steeghs
- Rechtspraak.nl
Aanhouding behandeling ontnemingszaak wegens afwezigheid veroordeelde in het buitenland
De zaak betreft de behandeling van een ontnemingszaak in hoger beroep tegen een veroordeelde die langdurig gedetineerd is in Griekenland. De veroordeelde wenst aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn zaak, maar kan niet worden overgebracht naar Nederland vanwege beperkingen in de huidige regelgeving en de lange duur van de Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen (Wots)-procedure.
De raadsman van de veroordeelde heeft verzocht om aanhouding van de behandeling, stellende dat het aanwezigheidsrecht op grond van artikel 6 EVRM Pro geldt en dat de veroordeelde daardoor het recht heeft zich in persoon te verdedigen. De advocaat-generaal stelde dat de zaak zonder aanwezigheid van de veroordeelde kan worden behandeld omdat de verdediging adequaat wordt gevoerd door de raadsman en schriftelijke reacties mogelijk zijn.
Het hof overweegt dat artikel 6 EVRM Pro rechtstreekse werking heeft en het aanwezigheidsrecht omvat, ook voor de behandeling van ontnemingszaken die in het verlengde van strafzaken liggen. De huidige regelgeving maakt tijdelijke overbrenging niet mogelijk, wat op gespannen voet staat met artikel 6 EVRM Pro. Daarom wordt de zaak geschorst totdat de veroordeelde in persoon aanwezig kan zijn of afstand doet van zijn aanwezigheidsrecht.
Het hof beveelt het openbaar ministerie de zaak weer aan te brengen zodra de omstandigheden veranderen en beveelt oproeping van de veroordeelde en kennisgeving aan zijn raadsman. Het maatschappelijk belang bij een snelle afdoening weegt minder zwaar dan het aanwezigheidsrecht van de veroordeelde.
Uitkomst: De behandeling van de ontnemingszaak wordt geschorst totdat de veroordeelde in persoon aanwezig kan zijn of afstand doet van zijn aanwezigheidsrecht.