ECLI:NL:GHSHE:2009:BI6383

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
20 mei 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HV 200.031.176 & HV 200.031.178
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Den Hartog Jager
  • Feddes
  • Theuws
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 FwArt. 15b FwArt. 350 lid e FwArt. 350 lid 3 aanhef en onder a en b Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen hoger beroep mogelijk tegen vonnis faillietverklaring op eigen aangifte

Appellanten, echtgenoten wonende te een woonplaats, zijn op eigen aangifte failliet verklaard door de rechtbank. Zij gingen in hoger beroep tegen deze faillietverklaring omdat zij meenden ten onrechte te zijn aangemerkt als niet-betaald, mede door een misverstand over hun stille maatschap met een vennootschap.

Het hof oordeelt dat op grond van artikel 9 Faillissementswet Pro (Fw) hoger beroep alleen openstaat tegen afwijzende beslissingen en niet tegen een toewijzing zoals hier het geval is. De Hoge Raad heeft eerder bevestigd dat een partij niet via hoger beroep een toegekend verzoek kan terugdraaien.

Het hof wijst erop dat appellanten op grond van artikel 15b Fw kunnen verzoeken om omzetting van het faillissement in een schuldsaneringsregeling. De rechtbank kan deze regeling beëindigen indien betalingen worden hervat of vorderingen voldaan.

Daarom verklaart het hof appellanten niet-ontvankelijk in hun hoger beroep tegen de faillietverklaring op eigen aangifte.

Uitkomst: Appellanten zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep tegen de faillietverklaring op eigen aangifte.

Uitspraak

dHJ
20 mei 2009
Sector civiel recht
Zevende kamer
Zaaknummers: HV 200.031.178 en 200.031.176
Zaaknummers eerste aanleg: 191399/FT-EA 09.166 en 09/286F resp. 191398/FT-EA 09.165 en 09/285F
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Arrest
in de zaken van:
[echtgenote],
en
[echtgenoot],
echtgenoten, beiden wonende te [woonplaats],
appellanten,
hierna te noemen: appellanten of [echtgenote] en [echtgenoot],
advocaat: mr. J.J.J.M.D. Maas.
1. Het verloop van de procedure
In de vonnissen van 14 april 2009, waarvan beroep, zijn [echtgenote] en [echtgenoot] op eigen aangifte in staat van faillissement verklaard met aanstelling van mr. S.W.A.M. Henselmans als curator.
De beroepschriften, met bijlagen, zijn op de griffie van het hof binnengekomen op 21 april 2009.
Het hof heeft voorts ontvangen het proces-verbaal van de zitting van de eerste aanleg en de brief met bijlagen d.d. 11 mei 2009 van de curator.
De mondelinge behandeling vond plaats op 13 mei 2009. Daarbij waren aanwezig [echtgenote], [echtgenoot], mr. Maas en mr. Henselmans.
2. De gronden van het verzoek
Voor de grieven en de toelichting daarop verwijst het hof naar de beroepschriften
3. De beoordeling
3.1. Appellanten voeren aan dat zij ten tijde van de aanvraag onjuist veronderstelden te verkeren in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. Hun onderneming, ondergebracht in de besloten vennootschap Pullshaw Party Service B.V., verkeert in die toestand. Omdat appellanten samen met die vennootschap een stille maatschap vormden, is het misverstand ontstaan. Zij beroepen zich op het ontbreken van een voor faillietverklaring ontbrekende wil bij het doen van de eigen aangifte.
3.2. Naar het oordeel van het hof staat tegen de toewijzende beslissingen geen hoger beroep open en zijn appellanten mitsdien niet-ontvankelijk in hun hoger beroep. Artikel 9 Fw Pro stelt alleen hoger beroep open in het geval van een afwijzende beslissing. In HR 4 juni 1999, NJ 1999/535, is beslist dat het hoger beroep niet is gegeven om een partij wier verzoek door de eerste rechter is toegewezen, gelegenheid te geven die beslissing ongedaan te maken omdat zij er bij nader inzien de voorkeur aan geeft van het verzoek af te zien. Voor het maken van een onderscheid tussen gevallen waarin het betreffende verzoek berust op een misverstand of een wilsgebrek enerzijds en andere gevallen anderzijds, zoals voorgestaan door appellanten, biedt het recht geen grond.
3.3. Het hof merkt op appellanten op grond van artikel 15b Fw omzetting van het faillissement in de schuldsanerings- regeling kunnen vragen, waarna de rechtbank, onder toepassing van artikel 350 lid Pro e en lid 3 aanhef en onder a en b Fw, de schuldsaneringsregeling kan beëindigen op de grond dat de vorderingen zijn voldaan of dat appellanten in staat zijn hun betalingen te hervatten.
4. De beslissing
Het hof:
verklaart [echtgenote] en [echtgenoot] niet-ontvankelijk in hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs. Den Hartog Jager, Feddes en Theuws en in het openbaar uitgesproken op 20 mei 2009.