ECLI:NL:GHSHE:2009:BI7595
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Gink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bewijslastverdeling bij beëindiging huurovereenkomst met wederzijds goedvinden
I-mex verhuurde sinds 1996 een bedrijfsruimte aan [vastgoed]. I-mex vorderde betaling van achterstallige huurpenningen, terwijl [vastgoed] stelde dat de huurovereenkomst per 1 september 2005 met wederzijds goedvinden was beëindigd. De kantonrechter legde de bewijslast bij [vastgoed] maar keerde deze om, wat het hof onjuist achtte omdat de kantonrechter niet had vastgesteld welke eisen van redelijkheid en billijkheid dit rechtvaardigen.
Het hof stelde vast dat de verklaringen van partijen en het contact over de beëindiging onvoldoende zijn om de bewijslast om te keren. Ook het feit dat de sleutels werden ingeleverd en het pand werd ontruimd, is onvoldoende om instemming met beëindiging aan te nemen. Het hof oordeelde dat het bewijs van het bestaan van de beëindigingsovereenkomst door [vastgoed] moet worden geleverd en verwees de zaak terug naar de kantonrechter.
Daarnaast wees het hof erop dat de kantonrechter ten onrechte het ontbreken van een expliciet bewijsaanbod van [vastgoed] als bezwaar zag, omdat de rechter ook ambtshalve bewijs kan opdragen. Ook werd het onterecht gevonden dat een onbewezen stelling van een derde partij ter comparitie werd meegewogen. [vastgoed] werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en verwijst de zaak terug naar de kantonrechter met de opdracht aan [vastgoed] het bestaan van de beëindigingsovereenkomst te bewijzen.