ECLI:NL:GHSHE:2009:BI7625
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- De Groot-van Dijken
- Huijbers-Koopman
- Keizer
- Rechtspraak.nl
Zorgvuldigheidsplicht bank jegens hoofdelijk medeschuldenaar bij kredietovereenkomst
De Direktbank sloot op 3 maart 2000 een doorlopend kredietovereenkomst met [geïntimeerde] en haar partner, beiden hoofdelijk aansprakelijk. Na het beëindigen van de relatie ontstond een betalingsachterstand waarvoor de bank meerdere aanmaningen stuurde. Een schuldregeling met de partner leidde tot finale kwijting voor diens deel, maar de bank incasseerde de resterende vordering bij [geïntimeerde].
De rechtbank wees de vordering toe, maar weigerde de contractuele rente over de periode van 19 september 2002 tot het vonnis toe te kennen. De Direktbank ging in hoger beroep tegen dit oordeel. Het hof oordeelde dat de bank als zorgvuldig handelende partij [geïntimeerde] had moeten informeren over de schuldbemiddeling en de gevolgen daarvan voor haar positie, evenals over de oplopende rente. Door dit na te laten, bracht de bank [geïntimeerde] in een onevenredig nadelige positie.
Het hof bevestigde dat het onaanvaardbaar is om onverkort vast te houden aan het rentebeding zonder tijdige informatieverstrekking. De rente tot een jaar na de laatste aanmaning werd aanvaardbaar geacht, maar de rente vanaf 19 september 2002 tot het vonnis werd afgewezen. De grieven van de bank faalden en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd met een rectificatie van de formulering in het dictum.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis waarbij de rentevergoeding is beperkt en veroordeelt de bank in de kosten van het hoger beroep.