ECLI:NL:GHSHE:2009:BI7744
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Aarts
- Spoor
- Walsteijn
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vorderingen werknemer na faillissement werkgever wegens loon en contractuele boete
De werknemer was in dienst van de werkgever tot 9 april 1998, waarna de arbeidsovereenkomst werd ontbonden. Na het faillissement van de werkgever op 7 juli 1998 vorderde de werknemer diverse bedragen, waaronder achterstallig loon, contractuele boete, overuren en vakantiedagen. De kantonrechter verklaarde de vorderingen verjaard en wees ze af.
In hoger beroep betoogde de werknemer dat de verjaring was gestuit door verificatie van vorderingen in het faillissement en latere schriftelijke aanmaningen. Het hof oordeelde dat de verjaringstermijn van vijf jaar begon op het einde van de arbeidsovereenkomst en dat stuiting plaatsvond door de verificaties en brieven, waardoor de meeste vorderingen niet verjaard waren.
Het hof wees de vorderingen toe voor de contractuele boete, achterstallig loon, compensatie-uren, eindejaarsuitkering en snipperdagen, maar wees de vorderingen af die niet tijdig waren gestuit, zoals kledingvergoeding en pensioenpremie. De vordering voor openings- en sluitingsuren werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs. De wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten werden eveneens toegewezen. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van € 7.196,13 bruto met rente en incassokosten aan de werknemer.