ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ2083
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- H. Eijsenga
- M. van Zinnen
- F.L. Muskens
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring verdachte na intrekking hoger beroep
De verdachte had hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de politierechter, maar trok dit hoger beroep rechtsgeldig in vóór de aanvang van de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting. Het hof overwoog dat intrekking van het hoger beroep mogelijk is tot aanvang van de behandeling, en ook daarna zolang er nog geen inhoudelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. Met de intrekking geeft de verdachte aan geen belang meer te hebben bij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep.
De advocaat-generaal had gevorderd dat het hof de verdachte niet-ontvankelijk zou verklaren in zijn hoger beroep. Het hof volgde dit standpunt en verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk, omdat het initiatief tot intrekking bij de verdachte lag en hij daarmee het belang bij de behandeling van het hoger beroep had opgegeven.
Het hof benadrukte dat indien een verdachte van mening is dat zijn intrekking ten onrechte is aangenomen, dit ter terechtzitting moet worden beoordeeld. De zaak moet dan worden aangebracht ter terechtzitting om de rechtsgeldigheid van de intrekking te toetsen. Dit arrest bevestigt de jurisprudentiële lijn dat intrekking na aanvang van de terechtzitting, zolang nog geen inhoudelijk onderzoek is verricht, gelijkgesteld wordt aan intrekking vóór aanvang.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep na intrekking daarvan.