ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ4336
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vader niet-ontvankelijk in hoger beroep inzake ondertoezichtstelling zoon wegens doorbroken family life
Het geschil betreft het hoger beroep van een vader tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van zijn zoon door een stichting. De rechtbank had de vader niet als belanghebbende aangemerkt, omdat de zoon geen contact met hem wenst en de vader ontheven is van het ouderlijk gezag. Het hof bevestigt dat er sprake is van ‘family life’ zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, maar acht deze doorbroken vanwege uitzonderlijke omstandigheden.
De vader voert aan dat hij ten onrechte niet als belanghebbende is aangemerkt en beroept zich op zijn recht op gezinsleven. De stichting en moeder stellen dat de vader het welzijn van de zoon schaadt, onder meer door herhaaldelijk contact te zoeken ondanks tegenstand, wat heeft geleid tot beëindiging omgang en verhuizingen van moeder en zoon.
Het hof stelt vast dat de vader al jarenlang geen gezag heeft, de omgang is beëindigd en dat de zoon, inmiddels 16 jaar, uitdrukkelijk geen contact wenst. De vader heeft gedragingen vertoond die onrust veroorzaken bij de zoon en betrokken instanties. Het hof weegt het belang van de zoon, zijn privacy en rust, en concludeert dat het recht op family life doorbroken is door uitzonderlijke omstandigheden.
Daarom wordt de vader niet als belanghebbende aangemerkt en is hij niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling. Het hof erkent de wens van de vader tot contact, maar acht deze niet verenigbaar met het belang en de bescherming van de zoon.
Uitkomst: De vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep omdat het recht op family life door uitzonderlijke omstandigheden is doorbroken.