ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5953
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- P.J.M. Bongaarts
- J. Swinkels
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale behandeling van optieverplichting en pand in maatschap notarissen
Belanghebbende nam via een BV deel in een notarissenmaatschap en verkreeg in 1999 een onverdeeld aandeel in een pand waar de onderneming werd uitgeoefend. In 2000 verleende hij aan zijn BV een koopoptie op zijn aandeel in het pand, waarvoor een optiepremie werd betaald. Bij beëindiging van de maatschap in 2003 kocht belanghebbende de optieverplichting af.
Belanghebbende vorderde een aftrek van de afkoopprijs als negatief resultaat uit overige werkzaamheden, stellende dat de optiepremie in 2000 was ontvangen vóór de invoering van de Wet IB 2001 en de tbs-regeling. De Inspecteur stelde dat de optieverplichting uiterlijk per 1 januari 2003 op de werkzaamheidsbalans moest worden verantwoord, waardoor bij verkoop eind 2003 een boekwinst op de optie ontstond.
Het hof oordeelde dat de optie en het pand feitelijk onlosmakelijk verbonden zijn en als één geheel op de werkzaamheidsbalans moeten worden verantwoord. De optieverplichting moest uiterlijk per 1 januari 2003 in mindering worden gebracht op de waarde van het pand. Hierdoor ontstaat bij verkoop een boekwinst die moet worden toegevoegd aan de verkoopwinst van het pand. Een aftrek zoals door belanghebbende gevorderd is niet mogelijk.
Het hof verklaarde het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De aanslag is in stand gebleven, waarbij het verschil in afschrijving geen invloed heeft op de aanslaghoogte. Partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep en het incidenteel hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.