ECLI:NL:GHSHE:2009:BK0879

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
20 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HV 200.033.414
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Milar
  • Lamers
  • Van Laarhoven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:205 BWArt. 1:212 BWArt. 8 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek bijzondere curator voor biologische vader in familierechtelijke zaak

De zaak betreft een verzoek van een man, de onbetwiste biologische vader van een minderjarige, tot benoeming van een bijzondere curator om een verzoek tot vernietiging van de erkenning van het juridische vaderschap in te dienen. De rechtbank had dit verzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat de man niet de wettelijke vertegenwoordiger van het kind is en volgens de wet alleen de wettelijke vertegenwoordiger een dergelijke curator kan verzoeken.

Het hof stelt vast dat er sprake is van family life tussen de man en de minderjarige, mede door het biologische vaderschap en het bestaande omgangscontact, ondanks dat de man niet de wettelijke vertegenwoordiger is. Het hof overweegt dat het ontzeggen van deze rechtsingang de man te zeer zou belemmeren in het invullen van zijn verantwoordelijkheden jegens het kind, in strijd met artikel 8 EVRM Pro.

Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van de man alsnog toe. Het hof benoemt een bijzondere curator die namens het kind kan beoordelen of een verzoek tot vernietiging van de erkenning en gerechtelijke vaststelling van het vaderschap zal worden ingediend. Deze beslissing is genomen in het belang van het kind en met inachtneming van de rechten van de biologische vader.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de biologische vader toe tot benoeming van een bijzondere curator in het belang van het kind.

Uitspraak

RDD
20 oktober 2009
Sector civiel recht
Zaaknummer: HV 200.033.414/01
Zaaknummer eerste aanleg: 88871/FA RK 08-1213
GERECHTSHOF 'S-HERTOGENBOSCH
Beschikking
In de zaak in hoger beroep van:
[X.],
verblijvende te [verblijfplaats], woonplaats kiezende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: de man,
advocaat: mr. M.D. van Bruggen.
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Roermond van 25 februari 2009.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 20 mei 2009, heeft de man verzocht voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voormelde beschikking te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, alsnog zijn inleidende verzoek integraal toe te wijzen.
2.2. Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden, aangezien de advocaat namens de man de griffie van het hof telefonisch heeft bericht hier geen prijs op te stellen.
2.3. Het hof heeft kennisgenomen van de inhoud van:
- de brief van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 2 juni 2009, en
- het Plan van Aanpak inzake de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van na te noemen minderjarige [A.], afkomstig van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, hierna te noemen: de stichting, ingekomen ter griffie van het hof op 24 juni 2009.
3. De beoordeling
3.1. Op 3 juni 2004 is te [geboorteplaats] uit de moeder, mevrouw [Y.], geboren de minderjarige [A.] (hierna te noemen: [A.]). Op 2 april 2007 is [A.] erkend door de heer [Z.]. De moeder is van rechtswege belast met het gezag over [A.].
[A.] is onder toezicht gesteld van de stichting en is sinds 21 maart 2006 uit huis geplaatst, welke ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing laatstelijk zijn verlengd door de rechtbank Roermond bij beschikking van 12 juni 2008.
3.2. De man heeft bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie van de rechtbank op 5 september 2008, verzocht een bijzondere curator voor [A.] te benoemen.
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank de man in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat de man niet behoort tot de door de wetgever bedoelde personen als genoemd in artikel 1:205 BW Pro die vernietiging van de erkenning kunnen verzoeken, zodat hem evenmin via de omweg middels benoeming van een bijzondere curator de gelegenheid kan worden geboden alsnog het beoogde doel te bereiken. Naar het oordeel van de rechtbank is een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator met als doel een verzoek tot vernietiging van de erkenning in te dienen voorbehouden aan de wettelijke vertegenwoordiger van een kind, welke hoedanigheid de man niet heeft.
De man kan zich niet verenigen met deze beslissing en komt daarvan in beroep.
3.3. Het hof overweegt als volgt.
3.3.1. Vooropgesteld zij dat het oordeel van de rechtbank, dat een verzoek tot benoeming van een bijzondere curator met als doel een verzoek tot vernietiging van de erkenning in te dienen is voorbehouden aan de wettelijke vertegenwoordiger van een kind, juist is, gelet op het wettelijk systeem. Het hof ziet echter, gelet op het navolgende, aanleiding om, met toepassing van artikel 8 EVRM Pro, af te wijken van het uitgangspunt dat slechts de wettelijke vertegenwoordiger de rechtbank kan verzoeken om een bijzondere curator te benoemen.
3.3.2. Uit de stukken is gebleken dat [A.] sinds januari 2008 geen contact meer heeft met de moeder. Evenmin heeft [A.] contact met [Z.], die haar juridische vader is als gevolg van de erkenning. [Z.] heeft bij brief van 7 januari 2009 aan de rechtbank bericht dat hij erkent niet de biologische vader te zijn van [A.] en dat hij zich niet verzet tegen benoeming van een bijzondere curator. Blijkens de stukken van de stichting heeft [Z.] naar de gezinsvoogd telefonisch meerdere keren aangegeven dat het feit dat hij de erkenner is van [A.] voor hem weinig betekenis heeft.
Vast staat de man de biologische vader (verwekker) is van [A.]. De man heeft na [A.] geboorte een korte tijd meegedeeld in de verzorging en opvoeding van [A.]. Kort na de geboorte van [A.] is de relatie tussen de moeder en de man geëindigd. Weliswaar is de man thans nog gedetineerd, maar hij stuurt iedere zes weken een kaart of brief naar [A.] en er is een omgangsregeling tussen [A.] en de man opgestart, die door beiden als positief wordt ervaren, aldus de rapportage van de stichting.
3.3.4. Het hof is van oordeel dat, gelet op het onbestreden biologische vaderschap (verwekkerschap) van de man en het omgangscontact tussen de man en [A.], mede gezien in het licht van de overige omstandigheden van het geval, sprake is van "family life" tussen [A.] en de man in de zin van artikel 8 EVRM Pro, zodat, - niettegenstaande het feit dat de man niet de wettelijke vertegenwoordiger is van [A.] - de man ontvangen dient te worden in zijn verzoek tot benoeming van een bijzondere curator. De man deze rechtsingang ontzeggen zou hem te zeer belemmeren in zijn mogelijkheden daadwerkelijk invulling te geven aan zijn "family life" en zijn daaruit voortvloeiende verantwoordelijkheden jegens [A.].
3.3.5. Gelet op het vorenstaande zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en het inleidende verzoek van de man alsnog toewijzen, nu het hof deze benoeming in het belang van [A.] acht. Het hof zal mr. J.H.P.M. Verhagen benoemen als bijzonder curator over [A.], nu deze zich hiertoe op 20 augustus 2008 schriftelijk bereid heeft verklaard. Mr. Verhagen kan dan na beoordeling van de belangen van [A.] bepalen of namens haar een verzoek tot vernietiging van de erkenning en gerechtelijke vaststelling van het vaderschap zal worden ingediend.
3.3.6. Het vorenstaande leidt tot de navolgende beslissing.
4. De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Roermond van 25 februari 2009;
en opnieuw rechtdoende:
wijst alsnog toe het inleidende verzoek van de man tot benoeming van een bijzondere curator;
benoemt tot bijzondere curator: mr. J.H.P.M. Verhagen, advocaat te Breda, teneinde de minderjarige [A.], geboren te [geboorteplaats] op 3 juni 2004, te vertegenwoordigen als bedoeld in artikel 1:212 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Milar, Lamers en Van Laarhoven en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2009.