ECLI:NL:GHSHE:2009:BK1454
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Lamers
- Milar
- Renckens
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige ondanks beroep vader zonder gezag
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank die zijn minderjarige kind [Z.] onder toezicht stelde en machtiging gaf tot uithuisplaatsing. Het gezag over [Z.] berust bij de moeder. De vader erkent de ontwikkelingsachterstand van [Z.] maar betwist de noodzaak van uithuisplaatsing en stelt dat hij beter in staat is voor het kind te zorgen.
De moeder en de Raad voor de Kinderbescherming ondersteunen de uithuisplaatsing en wijzen op de beperkte opvoedingscapaciteiten van beide ouders en de stagnatie in de ontwikkeling van het kind. De stichting Jeugdzorg bevestigt dat de situatie nog zorgelijk is en dat de moeder onvoldoende aandacht aan het kind besteedt.
Het hof overweegt dat de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing noodzakelijk zijn in het belang van het kind. Tevens oordeelt het hof dat de vader geen belang heeft bij het appel omdat hij geen gezag heeft en daardoor geen wijziging in de hoofdverblijfplaats kan afdwingen. De bestreden beschikking wordt dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van [Z.] en wijst het hoger beroep van de vader af.