ECLI:NL:GHSHE:2009:BK2054
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Etten
- Den Hartog Jager
- Van Gink
- Rechtspraak.nl
Executiegeschil echtscheidingsconvenant met beroep op wilsgebreken en nakoming loonbetaling
In deze civiele zaak staat een executiegeschil omtrent de nakoming van een echtscheidingsconvenant centraal, waarbij de vrouw loonbetaling over augustus en september 2008 vordert. De voorzieningenrechter had de vorderingen grotendeels toegewezen, maar de man ging in hoger beroep met acht grieven, onder meer tegen het spoedeisend belang en de afwijzing van zijn verweren.
Het hof overweegt dat het spoedeisend belang aanwezig is omdat de vrouw een executoriale titel wil verbinden aan het convenant en de man slechts een bevrijdend verweer voert dat nog in een bodemprocedure moet worden behandeld. De man stelde een geestelijke stoornis en verzwijging van vermogen door de vrouw, maar het hof acht deze onvoldoende aannemelijk op basis van de overgelegde verklaringen en het feit dat de advocaat van de man het convenant heeft geaccordeerd.
Verder oordeelt het hof dat de vrouw niet-ontvankelijkheid van de man in hoger beroep terecht is verworpen en dat de complexiteit van de geschillen zich leent voor een kort geding. Het hof wijst de zaak aan voor het nemen van een akte door de vrouw om nadere bewijsstukken te overleggen omtrent de financiering van een woning, waarna de man een antwoordakte kan nemen. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof bevestigt het spoedeisend belang, verwerpt het beroep op geestelijke stoornis en verzwijging als onvoldoende aannemelijk, en houdt verdere bewijslevering aan.