ECLI:NL:GHSHE:2009:BK3127
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Van Schaik-Veltman
- Hilverda
- Venhuizen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing incidentele exhibitievordering curator faillissement
In deze civiele procedure heeft de curator van het faillissement van een onderneming appellant gedagvaard en gevorderd dat appellant wordt veroordeeld in het tekort van het faillissement of tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen. Appellant stelde bij wijze van incident een vordering op grond van art. 843a Rv tot afgifte van stukken aan de curator, welke vordering door de rechtbank werd afgewezen.
Appellant kwam tegen dit vonnis in hoger beroep met het verzoek om alsnog afschrift van de gevraagde stukken te verkrijgen. De curator stelde dat appellant niet-ontvankelijk was wegens het appelverbod van art. 337 lid 2 Rv Pro, dat tussentijds hoger beroep tegen een tussenvonnis uitsluit, tenzij de rechter anders beslist.
Het hof overwoog dat het vonnis in het incident een tussenvonnis is en dat appellant geen toestemming had gekregen voor tussentijds hoger beroep. De argumenten van appellant dat het appelverbod doorbroken moest worden wegens schending van fundamentele procesbeginselen werden verworpen, omdat dit verzuim in een later stadium kan worden gecorrigeerd. Het hof achtte appellant niet-ontvankelijk en veroordeelde hem in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis in het incident en veroordeeld in de proceskosten.