ECLI:NL:GHSHE:2009:BK3927
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Philips
- Koens
- Van Laarhoven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen ontheffing ouderlijk gezag en ondertoezichtstelling minderjarigen
In deze zaak stond het hoger beroep van ouders centraal tegen de beschikking van de rechtbank Maastricht die hen ontheffing van het ouderlijk gezag over hun twee minderjarige kinderen, een zoon en een dochter, oplegde. De kinderen waren onder toezicht gesteld en uit huis geplaatst vanwege zorgen over de opvoedingssituatie. De ouders betwistten de ontheffing en voerden aan dat de rechtbank ten onrechte tot dit oordeel was gekomen.
De stichting en de Raad voor de Kinderbescherming stelden dat de ouders onmachtig en ongeschikt zijn om de kinderen op te voeden, mede door hun verstandelijke beperkingen. De dochter verbleef in een pleeggezin en maakte positieve ontwikkelingen door. De zoon was sinds juli 2009 weer bij de ouders thuis, nadat hij was weggelopen uit een instelling. De stichting kon geen passende instelling voor hem vinden.
Het hof oordeelde dat voor de dochter de ontheffing van het gezag terecht was, gezien haar zorgbehoefte en de ongeschiktheid van de ouders. Voor de zoon oordeelde het hof anders; omdat hij weer thuis woont met instemming van de stichting, was er perspectief op terugkeer en ontbraken de gronden voor ontheffing. Het hof vernietigde daarom de ontheffing voor de zoon en sprak een ondertoezichtstelling uit voor de duur van een jaar.
De beschikking van de rechtbank werd voor de dochter bekrachtigd en voor de zoon vernietigd. De ouders hadden geen bezwaar tegen de ondertoezichtstelling. Het hof verzocht de griffier een afschrift van de uitspraak aan de rechtbank te zenden.
Uitkomst: De ontheffing van het gezag over de zoon wordt vernietigd en afgewezen, ondertoezichtstelling uitgesproken; de ontheffing over de dochter wordt bekrachtigd.