ECLI:NL:GHSHE:2009:BK5373

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
3 december 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
HV 200.038.823-01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Koens
  • Van Dijkhuizen
  • Van der Flier
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 1:448 lid 2 BWArt. 1:435 lid 3 BWArt. 1:435 lid 4 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag bewindvoerder wegens schending recht op eerlijk proces

In deze civiele zaak stond het ontslag van een bewindvoerder centraal. De kantonrechter had [X.] ontslagen als bewindvoerder wegens het niet deugdelijk afleggen van rekening en verantwoording over 2006 en 2007. [X.] was sinds 1996 bewindvoerder over de goederen van zijn zoon en had daarvoor steeds goedkeuring gekregen. Na tekortkomingen in 2006 en 2007 had hij hulp van een boekhouder ingeschakeld die sinds 2008 zorgde voor correcte verantwoording.

Het hof oordeelde dat het ontslag niet in stand kon blijven omdat het horen van [X.] en zijn echtgenote door een gerechtssecretaris in plaats van een rechter in strijd was met het recht op een eerlijk proces zoals neergelegd in artikel 6 EVRM Pro. Daarnaast vond het hof dat de tekortkomingen in de verantwoording geen gewichtige reden vormden voor ontslag, mede omdat herstelmaatregelen waren getroffen.

De beschikking van de rechtbank Maastricht werd vernietigd en de uitspraak werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Hiermee werd het ontslag van de bewindvoerder ongedaan gemaakt.

Uitkomst: De beschikking tot ontslag van de bewindvoerder is vernietigd wegens schending van artikel 6 EVRM en onvoldoende gewichtige reden voor ontslag.

Uitspraak

LO
3 december 2009
Sector civiel recht
Zaaknummer: HV 200.038.823/01
Zaaknummer eerste aanleg: 329855 EJ VERZ 09-1256
GERECHTSHOF 'S-HERTOGENBOSCH
Beschikking
in de zaak in hoger beroep van:
[X,],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna: [X.],
advocaat: mr. H.P. Ruysink,
Als belanghebbenden in deze zaak kunnen worden aangemerkt:
- de rechthebbende, de heer [Y.];
- de Stichting Bewindvoering Zuid Nederland (hierna: de stichting).
1. Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht van 14 mei 2009.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij beroepschrift, met producties, ingekomen ter griffie op 23 juli 2009, heeft [X.] verzocht het verzoekschrift inhoudende beroep tegen de beschikking ontslag bewindvoerder en aanstelling van een nieuwe bewindvoerder, gegrond te verklaren.
2.2. Er is geen verweerschrift ingediend.
2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2009. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
- [X.], bijgestaan door mr. Ruysink;
- de echtgenote van [X.], mevrouw [Z.];
- de zoon van [X.], de heer [A.];
- de heer [B.].
2.3.1. De stichting is, met bericht van verhindering, niet ter zitting verschenen. De rechthebbende is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.
2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 29 april 2009;
- de brief van de stichting d.d. 26 augustus 2009.
3. De beoordeling
3.1. Bij beschikking van 15 januari 1996 is [X.] met ingang van 9 februari 1996 door de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht (hierna: de kantonrechter) benoemd tot bewindvoerder over alle goederen van [C.], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978. Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter [X.] – nadat deze op last van de kantonrechter is gehoord door een gerechtssecretaris – ontslagen als bewindvoerder en in plaats daarvan de stichting met ingang van 14 mei 2009 tot bewindvoerder benoemd.
3.2. De kantonrechter legt aan het ontslag ten grondslag dat [X.] geen deugdelijke rekening en verantwoording heeft afgelegd over de periode van 1 januari 2007 tot en met 31 december 2007 en dat geen goedkeuring kon worden verleend aan de rekening en verantwoording over de periode van 1 januari 2006 tot en met 31 december 2006. Het hof begrijpt hieruit dat de kantonrechter dit als gewichtige reden heeft aangemerkt als bedoeld in artikel 1:448 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek (hierna: BW) op grond waarvan [X.] is ontslagen.
3.3. [X.] kan zich met deze beslissing niet verenigen en hij is hiervan in hoger beroep gekomen.
3.4. [X.] voert - kort samengevat - aan dat hij sinds 1996 het bewind voert over de goederen van zijn zoon en dat kennelijk tot 2006 niet veel controle werd uitgevoerd over de in te dienen periodieke rekening en verantwoording. De indiening van de rekening en verantwoording is misgegaan in 2006 en 2007. Sindsdien heeft [X.] hulp gekregen van een boekhouder, de heer [B.]. De heer [B.] heeft voor het eerst over het jaar 2008 een overzicht gemaakt dat reeds ter goedkeuring bij de kantonrechter is ingediend.
3.5. Het hof overweegt het volgende.
3.5.1. De bestreden beschikking kan reeds hierom niet in stand blijven nu het horen van appellant en diens echtgenote door een gerechtssecretaris in plaats van door de rechter in strijd is met artikel 6 EVRM Pro (zie ook: Hof Leeuwarden 10 oktober 2008, LJN: BG1060).
3.5.2. Op grond van artikel 1:448 lid 2 BW Pro eindigt de taak van een bewindvoerder indien aan hem het ontslag wordt verleend hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden, zulks op verzoek van een medebewindvoerder, de rechthebbende of het openbaar ministerie dan wel ambtshalve.
3.5.3. Bij de benoeming van een bewindvoerder geldt op grond van artikel 1:435 lid 3 juncto Pro lid 4 BW als uitgangspunt dat de rechter, indien de rechthebbende niet is gehuwd, geen geregistreerd partnerschap is aangegaan of anderszins een levensgezel heeft, bij voorkeur één van zijn ouders als bewindvoerder benoemt. [X.] is de vader van de rechthebbende en heeft reeds sinds de achttienjarige leeftijd van de rechthebbende het bewind over diens goederen gevoerd. Gedurende tien jaren van bewindvoering heeft [X.] deugdelijke periodieke rekening en verantwoording afgelegd die door de kantonrechter zijn goedgekeurd. Eerst in 2006 en 2007 is [X.] hierin tekortgeschoten door niet conform de voorschriften rekening en verantwoording af te leggen. [X.] heeft deze tekortkoming onderkend en vervolgens hulp ingeschakeld van de heer [B.], die over boekhoudkundige kennis beschikt. De heer [B.] heeft ter zitting verklaard [X.] sinds 2008 te helpen met het afleggen van periodieke rekening en verantwoording aan de kantonrechter; het eerste overzicht van 2008 is reeds ter goedkeuring bij de kantonrechter ingediend en voldoet volgens de heer [B.] aan de voorschriften. Daarmee is voldoende aannemelijk geworden dat [X.] in staat is zijn wettelijke taak als bewindvoerder ook op dit punt naar behoren te verrichten.
3.5.4. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat het niet deugdelijk afleggen van rekening en verantwoording over het jaar 2007 en de onthouding van goedkeuring aan de rekening en verantwoording over het jaar 2006, onder de hiervoor vermelde omstandigheden, niet dient te worden aangemerkt als een gewichtige reden als bedoeld in artikel 1:448 lid 2 BW Pro. Het hof oordeelt dan ook dat de bestreden beschikking dient te worden vernietigd.
4. De beslissing
Het hof:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Maastricht, sector kanton, locatie Maastricht van 14 mei 2009;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Koens, Van Dijkhuizen en Van der Flier en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2009.